Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
190
XLI. IN FENICIË. 190
Aanteekeningen.
1. De meeste Bijbelverklaarders hou-
den het tijdperk in de bediening van den
Heer, waartoe wij nu gekomen zijn, voor
zeer belangrijk. De eigenlijk gezegde «arbeid
in Galilea» was nu tot een einde gekomen;
en het is niet zeker of Jezus weder .in
het openbaar te Kapernaüm verscheen. Wij
vinden Hem op de grenzen van Fenicie
{zie de vorige Aant.) in het half-Heiden-
sche district van Dekapolis, ten oosten
van het Meer {zie volgende Les), en in
het uiterste noorden van Palestina, dicht
bij Cesarea Philippi (Les XLIH); en
ofschoon Hij meer dan eens door Galilea
heentrok, schijnen Zijne gangen altijd met
zorg geheim gehouden te zijn geweest
{Zie verwijzingen in de Schets). Ge-
woonlijk neemt men aan, dat deze tijd van
afzondering ongeveer zes maanden duurde,
van het Paaschfeest in Joh. VI : 4, dat
Hij niet bijgewoond schijnt te hebben, tot
het Loofhuttenfeest in Joh. VH. De overige
zes maanden van Zijn leven, van dit feest
tot het laatste Paschen, schijnen voor-
namelijk in Perea doorgebracht te zijn
en met de « reizen naar Jeruzalem », zooals
later uitvoeriger verklaard zal worden.
Gewoonlijk neemt men aan. dat de
Heer zich van Kapernaüm terugtrok,
wegens den omkeer in de gemoederen van
het volk ten opzichte van Hem, in Joh.
VI beschreven, en gedeeltelijk ter wille
van de Apostelen — opdat zij uit den
mond huns Meesters vollediger onderwijs
zouden kunnen ontvangen.
Gedurende deze reizen in het Noorden
werd de naderende dood van Jezus aan
hen geopenbaard.
De hoofdstukken, welke naar dit tijd-
perk verwijzen, zijn: Matth. XV, XVI,
XVII, XVHI; Mark. VH, VIH, IX: Luk.
IX : 18-50.
2. Feniciê is een smalle strook vlak
land tusschen de bergen en de zee, en
strekt zich ongeveer 100 mijl ten noorden
van het rotsachtige voorgebergte, de
Ladder van Tyrus genaamd, uit.
Het is niet zeker of de Heer werkelijk
in Fenicië geweest is, of alleen dicht bij
de grenzen («deelen»). Ellicott stemt voor
het eerste, op grond van verschillende
der oudste manuscripten (waaronder dat
van den Sinaï en het Vaticaan), die, in
Mark. VHI : 31, luiden: «van de deelen
van Tyrus kwam Hij door Sidon»,
De vrouw wordt door Markus «eene
Grieksche» genoemd, nl. eene Heidensche,
en van afstamming eene Syro-Fenicische,
d. i. behoorende tot het Fenicische ge-
slacht in Syrië, als onderscheiden van de
Liby-Fenicièrs of Carthaginenzen. Mattheus
noemt haar «eene Kananietische vrouw»
(letterl.), daar de Feniciërs gerekend wer-
den onder de oude volkei-en van Kanaan
(Zie Richt. I : 31, 32; 111 : 3).
3. Uit eene vergelijking van hetgeen
Mattheus en Markus verhalen, blijkt, dat
laatstgenoemde de eerste bede, van de
vrouw lot Jezus, weglaat, welke, daar zij
hen «nariep», geuit moet zijn toen
Hij wandelde — en hetgeen Hij daarna
zeide was dan een antwoord op den raad
der discipelen; en dat zij Hem toen naar
Zijne woning gevolgd moet zijn en daar
hare smeekingen hernieuwd hebben.
4. «Laat haar van u ». Uit deze woorden
blijkt niet of de discipelen wenschten, dat
de bede der vrouw verhoord werd of niet.
Maar het antwoord van den Heer schijnt
aan te duiden, dat zij het wel wenschten.
5. « Den hondekens » — « honden »
was de gewone scheldnaam, welken de
Joden aan de Heidenen gaven, zooals de
Mohammedanen in het Oosten dit nog aan
de Christenen doen. Het was altijd een
bewijs van minachting, daar de edeler
hoedanigheden van den hond in de Schrift
niet genoemd worden; zie 1 Sam. XVII: 43;
XXIV : 14; 2 Sam. XVI ; 9; 2 Kon.
VHI : 13; Matth. VH : 6; Openb. XXH : 15.
Jezus verzachtte het echter door het ge-
meenzamere verkleinwoord « hondekens »
te gebruiken.