Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
181 XXXIX. HET SPIJZIGEN DER VIJF DUIZEND.

het leven gaande. Versterkt — houdt dus
niet alleen het leven in stand — maakt
gezond en sterk. Verzadigt —hoe gevoelt
zich een hongerig mensch na een maaltijd?
Zoo doet Christus voor onze zielen. Hij
onderhoudt — geen leven zonder Hem,
Ef. II: 5 (verg. Joh. 1: 4, VI: 53, XIV : 6).
Versterkt, Phil. IV : 13; 2 Cor. XII : 9.
Hij verzadigt, Ps. LXIH : 5,6, LXXIH : 25
(verg. Ps. CVH:9; Jes. LV : 2).(Foo/'&.—
Indien gij aan uw werk gingt zonder ont-
bijt, zoudt gij geene kracht en opgewekt-
heid in u gevoelen; evenzoo indien wij
de dagelijksche kleine verzoekingen {geef
voorbeelden) tegengaan zonder geestelijk
ontbijt, b. V. het lezen en denken over
Christus, het gebed tot Hem, enz., zullen
wij geene kracht hebben om die te over-
wimieyi).
Zijn onze zielen hongerig? Gelukkig,
indien zij het zijn — waarom ? Matth. V : 6.
Toen den Verloren Zoon hongerde, ging
hij naar zijn vader terug, Luk. XV : 14—17.
Wij zijn allen tot het feest uitgenoodigd,
Jes. LV : 1. «O, smaakt dan en ziet, dat
de Heer goed is» (Ps. XXXIV : 9).
Aanteekeningen.
1. Volgens Lukas bevond zich de « woeste
plaats» {d. i. onbebouwd en eenzaam),
welke het tooneel van het Wonder was,
in de nabijheid van Bethsaïda. Dit Bethsaïda
lag aan het noordelijk uiteinde van het
Meer, niet in Galilea, maar aan de ooste-
lijke zijde van den Jordaan in Gaulonitis,
in het gebied van viervorst Philippus (Luk.
IH : 1), die het visschersdorp in een schoone
stad veranderde, en deze Julias noemde,
naar de dochter van keizer Augustus. Hare
ligging is nu kenbaar door een wal, door
de inwoners van het land Et-Tell genoemd.
Vlakbij is de vruchtbare vlakte van Bu-
taiha, aan welker oostelijk uiteinde de
bergen van Bazan verrijzen, en hunne met
gras begroeide hellingen voldoen aan elke
voorwaarde van het Evangelieverhaal.
Bijna alle reizigers onderscheiden Beth-
saïda Julias van Bethsaïda van Galilea, de
woonplaats van Petrus Philippus, enz. Zie
volgende Les, Aant. 1.
2. Men is het er niet over eens, of de woor-
den in vers 34, «er? Jezus uitgaande»
(«van daar vertrekkende » in Matt h., maar
hetzelfde woord in het Grieksch) — be-
teekenen uit het schip of uit de plaats
van afzondering. Markus schijnt het eer-
ste, Johannes het laatste te bedoelen. Het
kan wel zijn, dat eenigen der snelste
loopers Jezus te gemoet kwamen, toen Hij
landde, maar dat Hij zich op de bergen
terugtrok, en eerst terugkeerde, toen de
menigte des volks Hem volgde.
3. Sommigen denken, dat de toespeling
van Johannes op het naderende Paasch-
feest aanduidt, dat de menigte uit reizigers
naar Jeruzalem bestond, maar het oostelijk
gedeelte van het Meer zou voor dezen
geheel uit den weg zijn, en het feit, dat
zij geen voorraad bij zich hadden, toont
aan, dat zij niet op reis waren. De opmer-
king van Johannes dient klaarblijkelijk om
te doen zien, hoe doeltreffend de toespraak
in de Synagoge was. Volgens Mattheus
waren de vijfduizend « mannen», hetgeen
op merkwaardige wijze bevestigd wordt
door de Grieksche woorden, die Johannes ge-
bruikt. De vrouwen en kinderen waren
zeker weinig in getal, niet (zooals somtijds
verondersteld wordt) 5000 daarenboven.
4. De schijnbare afwijking tusschen
Johannes en de andere Evangelisten, in
de wijze, waarop het eerst de vraag wordt
gesteld, hoe de menigte spijze moet ont-
vangen. wordt verschillend uitgelegd. In-
dien wij al de bijzonderheden hadden van
hetgeen plaats vond, welke wij natuurlijk
niet hebben, zou de moeilijkheid zeker
verdwijnen.
Men heeft verondersteld, dat Christus
Zijne vraag over het spijzigen der menigte
tot Philippus richtte, omdat deze van
« Rethsaïda» was (Joh. XII : 21). Maar
indien Bethsaïda Julias en Bethsaïda van
Galilea verschillende plaatsen waren {zie
Aant. 1), is hier van geene overeenkomst
sprake, en eene voldoende reden, waarom
de vraag aan Philippus gedaan werd,
vindt men bij Johannes vermeld. Ofschoon
hij zoo bereid was om Jezus te volgen
(Joh. I : 43—45), was hij misschien wat
zijn bevatting aanging, traag van begrip;
verg. Joh. XH : 20—22; XIV : 8, 9.