Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
178 XXXIX. HET SPIJZIGEN DER VIJF DUIZEND.
Les XXXIX. — Het spyzigen der vyf duizend.
« Hongerifjen heeft Hij met goederen vervuld,»
Te lezen — Mark. VI : 30—44; (verg, Mattli. XIV : 13—21; Luk. IX : 10—17;
Joh. VI : 1—13).
Te leeren — Ps. XXXIV : 9, 10; Joh. VI : 27, 35. (Ps. 104 : 14).
Voor den Onderwijzer.
De groote belangrijkheid van het wonder, dat het onderwerp is van deze
Les, blijkt uit het feit, dat het het eenige is, dat door al de vier Evangelisten
vermeld wordt; en er kunnen zoovele en zoozeer verschillende leeringen uit
getrokken worden, dat het eene moeilijke taak is eene keuze te doen en ze te
schikken. Wat wij er uit leeren, kan tot drie soorten gebracht worden: —
1. Dit een historisch oogpunt is het Wonder een voornaam tijdstip in de
bediening van den Heer. Zijne populariteit in Galilea geraakte tot haar hoogste
punt (zooals in Les XL aangetoond zal worden) en dadelijk daarop volgde
teleurstelling en werd Jezus door velen verlaten; Hij zelf vertrok van het
voornaamste tooneel Zijner werkzaamheid, hetgeen in Les XLl behandeld
wordt. Daar echter het historische gewicht van het wonder uit deze twee
volgende Lessen blijken zal, wordt het in de onderstaande Schets niet vermeld.
2. De rechtstreeksche zedelijke strekking van het Wonder is, dat het een
les inhoudt over de Voorzienigheid — over Gods zorg voor de tijdelijke behoeften
van den mensch, en Zijne wijze van vervullen dier behoeften. Dit is het
onderwerp van de tweede afdeeling der Schets.
3. In dit wonder deed Jezus den Apostelen een beeld van hun eigen ambte-
Hjken arbeid zien. Dit wordt kortelijk in de derde afdeeling van de Schets
behandeld, en zal den onderwijzer eene goede gelegenheid geven om met de
leerlingen over zijn eigen ambt te spreken.
Natuurlijk staat het den onderwijzer vrij de eene of andere afdeeling weg
te laten. Het zal bijna niet mogelijk zijn ze alle te behandelen, behalve met
vergevorderde leerlingen, — niet om de moeilijkheid van het onderwerp zelf,
maar om hare verscheidenheid. Als voorbeeld voor sommige punten in het
verhaal kan men op een schoolfeest wijzen — het groote getal der aanwezigen,
het zitten in rijen, de hoeveelheid mondbehoeften, die vereischt wordt, enz.
Schets van de Les.
Twee gezelschappen komen te Kaper-
naüm tot Jezus: — (a) Johannes' disci-
pelen — van waar? — waaiom? (Zie
vorige Les); (b) De Twaalven — van waar?
zie vers 7—13, 30; — zij hebben, twee
aan twee, Galilea rondgereisd in hun
nieuw predikambt, met hun nieuwe macht
om wonderen te verrichten in den naam
huns Meesters. Zonder twijfel zijn zij op-
getogen over den goeden uitslag (verg.
Luk. X : 17), misschien een weinig ijdel
— wat hadden zij noodig? Een tijdlang
stil te zijn en hun eigen zwakheid te leeren
kennen. Kunnen zij deze stilte te Kaper-