Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
XXXVIII. DE DOOD VAN JOHANNES DEN DOOPER.
177
te laat om naar dien doode te luisteren,
of te doen wat hem behaagde » ? ( Voorb. —
Een jongen, staande bij het graf va7i
een zijner ouders of van zijn onder-
wijzer, wien hij ongehoorzaam is geweest).
2. Indien een onzer nu stierf, hoe zou
men dan aan hem denken? Als aan een
«getrouw getuige» ? Als aan een, die Paulus'
voorschrift tekst om te leeren) gehoor-
zaam was? Bid om de genade om getrouw
te zijn in het getuigen tegen de zonde,
het wijzen op Christus, het verdragen van
tegenstand om Christus* wil, als getrouwe
krijgslieden en dienstknechten van Christus,
tot aan het einde uws levens. Dan zal niet
alleen onze herinnering voortleven als die
van Johannes, maar, evenals hij, zullen
wij fl de beloftenissen beërven » tekst
om te leeren); zie Openb. H : 10).
Aanteekeningen.
1. Herodes de Groote (de Herodes van
Matth. II) had tien vrouwen en vijftien
kinderen. Vier van deze kinderen worden
in den Bijbel genoemd: — Archelaüs
(Matth. H : 22) en Herodes Antipas (Matth.
XIV : 1; Mark. VI : 14; Luk. IH : 1,
IX : 7, XIII : 31, XXHI : 7), zonen van
Malthace; Philippus (Luk. IH : 1), zoon
van Cleopatra; en Herodes Philippus,
zoon van Marianne (Matth. XIV: 3; Mark.
VI : 17; Luk. Hl : 19). Een andere zoon,
Aristobulus, was de vader van den Herodes
van Hand. XH en van Herodias. Herodias
was achtereenvolgens met twee van hare
ooms getrouwd, Herodes Philippus (niet
Philippus de viervorst) en Herodes Antipas.
De laatste zond, om met haar te kunnen
trouwen, zijn eigen vrouw, de dochter
van Aretas, koning van Petreïsch Arabië
(in 2 Cor. XI : 32 genoemd), weg. Het
huwelijk was dus op drie wijzen onwet-
tig: — (1) De vrouw van Herodes leefde
nog; (2) De man van Herodias leefde; (3)
Herodias was het kind van Herodes'broeder.
De «dochter van Herodias» was het kind
van haar en Herodes Philippus. Zij heette
Salome en zij huwde achtereenvolgens
met (1) haar oom, Philippus den viervorst,
en (2) Aristobulus, een meer verwijderd
bloedverwant — niet die, welke hierboven
genoemd is, en die haar grootvader was.
Herodes Antipas werd alleen uit hoffe-
lijkheid «koning» genoemd. Zijn eigenlijke
titel was tetrarch (Luk. III : 1), d. i.
beheerscher van een vierde gedeelte van
het rijk van Herodes den Grooten. Hij
werd er door Herodias toe overgehaald
om naar Rome te gaan, ten einde den
koninklijken titel te vragen; maar keizer
Caligula verbande hem naar Gallië.
De bovenstaande feiten worden door
Josefus {Antiq. XVIII) vermeld.
2. Van Jozefus vernamen wij, dat Johan-
nes in den burcht Machaerus, aan den
oostelijken oever van de Doode Zee, ge-
vangen werd gezet. Deze burcht moet ech-
ter aan Aretas behoord hebben. Maar Aretas
voerde oorlog tegen Herodes, toen deze
zijn eerste vrouw had weggezonden (deze
was de dochter van den eerstgenoemde),
en men veronderstelt, dat zij, in den loop
van den oorlog, in de handen van Herodes
viel. Indien Herodes nu juist een veldtocht
op de grenzen voerde, was zijn hoofd-
kwartier misschien te Machaerus; hetgeen
de blijkbare vlugheid, waarmede zijn bevel
tot onthoofding van Johannes werd op-
gevolgd, zou verklaren. Zulk eene afwe-
zigheid van Galilea zou ook verklaren,
waarom hij niet van Jezus gehoord had
tot na den dood van Johannes. Daarna
werd Herodes' leger geheel door Aretas
verslagen, hetgeen door de Joden als een
oordeel wegens den moord van Johannes
den Dooper werd beschouwd (Josefus,
Antiq. XVIII, 7).
3. Eenige woorden in dit gedeelte ver-
eischen eene verklaring: — «Hield hem
in waarde» in vers 20, eigenlijk «be-
waarde hem » nl. voor de plannen van
Herodias. « Welgelegen dag » voor hetgeen
Herodias beoogde. « Ook tot de helft mijns
koninkrijks », een Oostersche spreekwijze
om vrijgevigheid uit te drukken, verg.
Esth. V ; 6; VHI : 2. «Scherprechter»,
een van de lijfwacht.
12