Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
174 xxxvni. DE DOOD VAN JOHANNES DEN DOOrER.
Les XXXVIII. — De dood van Johannes den Dooper.
« Getrouw tot den dood ».
Te lezen — Mark. VI: 14—29; {verg. Matth. XIV : 1—12; Luk. III: 19, 20; IX : 7—9).
Te leeren — Ef. V : 11; Hebr. VI : 11, 12. (Gez. 260; Gez. 166 : 2, 4).
Voor den Onderwijzer.
De volgende Schets, zoowel als het gedeelte der Schrift, dat het onderwerp
van deze Les uitmaakt, bevat gebeurtenissen, welke eenigen tijd vóór het
tijdperk, waartoe wij nu gekomen zijn, voorvielen.
Met de bedoeling om den onderwijzer op de duidelijkste wijze aan te toonen,
dat de beschrijving van Herodes' feest, welke zulk een groot gedeelte van het
Evangelieverhaal inneemt, niet eene even belangrijke plaats bij het onderwijs
moet bekleeden, wordt het slechts even in de Schets aangestipt. Natuurlijk
moet het gelezen en beknopt uitgelegd worden, maar men bepale de gedachten
der leerlingen zooveel mogelijk bij den Dooper zelf. Men bedenke, dat de
belangrijkheid der Schrift verhalen niet altijd in evenredigheid is met hunne
lengte.
Talrijk zijn de gelegenheden tot practische toepassing in deze Les, en daar
niet ééne hoofdwaarheid of les uitsluitend de aandacht vereischt, mogen in
dit geval de verschillende punten met goed gevolg genomen worden, naarmate
zij voorkomen, gelijk in de Schets is aangeduid. De toepassing aan het einde
der Les is nieuw en indrukwekkend, en daarom hier gekozen; zij schijnt ook
juist geschikt te zijn, om, onder Gods zegen, eene onmiddellijke uitwerking
op het kinderlijk gemoed te hebben.
De benaming aGetrouwe getuige» behoort oorspronkelijk aan Christus zelf
(Openb. 1 : 5; III : 14); maar zooals meer andere van Zijne benamingen,
mag deze ook in ondergeschikten zin op Zijne dienstknechten toegepast
worden.
Welke was de roeping van Johannes
den Dooper? Joh. 1:7 — «Hij kwam
tot eene getuigenis». Voor wien was hij
een getuigenis? En toen Jezus verscheen
en hij Hem aangewezen had (Joh. 1:19—
36), was zijn openbare arbeid geëindigd
(zie Joh. III : 26—30). Maar zou hij op-
lïouden « getuigenis te geven » ? Neen,
hij was een a getrouwe getuige», wilde
niet opgeven, ging voort tot het einde.
Heden zullen wij zien op welke wijze en
hoe zijn arbeid tot een eind kwam.
Schets van de Les.
I. De getrouwe getuige gevreesd
en gehaat.
In Galilea en Perea (aan de overzijde
van den Jordaan) was Herodes Antipas,
zoon van Herodes den Grooten, koning.
Een slecht mensch — hij bekommerde
zich alleen om zijn eigen genot, niet
om God en Zijne wet. Hij hoorde van
den grooten prediker in de woestijn —
wenschte hem te zien. Denk aan Johan-
nes, met zijne ruwe kleeding en lederen
gordel (Matth. III ; 4), zooals hij daar