Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
172
XXXVII. DE ÜEZETENE IN HET LAND DER ({ER(;ESENEN. 172
vrijheid zijn iemand anders overal te moeten
volgen? (c) Jezus geeft hem een bevel,
getuigt dit van vrijheid, dat hij het zoo
blindelings gehoorzaamt? Ja, want het is
zijne eigen vrije keuze, evenals Paulus
naderhand, de « slaaf van Christus » (zoo-
als er in Rom. I : 1 eigenlijk in het oor-
spronkelijk staat) te zijn — zijn grootste
genot voor Christus te arbeiden, evenals
Christus «in de gestaltenis eens dienst-
knechts of eens slaafs» (Phil. II: 7, oorspr.),
verheugd, dat hij den wil des Vaders kan
doen (Ps. XL : 7, 8; Joh. IV : 34).
Tegenwoordig zien wij zulke arme be-
zetenen niet, en toch — zijn sommigen
nu nog in slavernij.
Wie zijn zij? {Beschrijf twee jongens
of meisjes — de eene heeft een huise-
lijken aard, is indachtig aan de wenschen
der ouders, gehoorzaamt gaarne — de
andere is eigenzinnig, gaat zijn of haar
eigen weg, verzet zich tegen alle gezag).
Welke van deze twee is in slavernij —
de eene met de ketenen, die aan huis
binden, of die, welke eigen lusten volgt?
Welke wordt «vrij» genoemd? Maar !
welke gelijkt het meest op den bezetene
van Gadara? Hij verheft zich op zijne
vrijheid, maar is in waarheid een slaaf
van den Satan, zonder het te weten; zie
de twee teksten om te leeren, en Ef. II:
2. Is dan de duivel iemand om mede te
spotten 9
Sommigen zijn ook nu in vrijheid.
Wie zijn zij? Zij zijn gelijk aan den
Gadareen, nadat de duivel hem had ver-
laten. Maar is het vrijheid om «aan de
voeten van Christus te zitten », d. i. (Luk.
X : 39) Zijn gehoorzame en onderworpen
leerling te zijn? Is het vrijheid Zijn ijve-
rige dienstknecht te zijn, en Zijn liefde
en macht aan anderen bekend te maken?
Ja; «Zijn dienst is volmaakte vrijheid»,
zie Matth. XI : 20, 30 en 2^611 tekst om
te leeren.
Wie is het gelukkigst?
De eigenzinnige jongen denkt, dat de
gehoorzame jongen niet gelukkig kan zijn,
omdat hij niet kan doen wat hij wil, Is
hij gelukkig? Denk aan den angst van be-
trapt te worden — aan de knagingen van
het geweten — aan het verlies van vrien-
den en vooruitzichten, enz. Waar was de
Verloren Zoon gelukkig? — Waar onge-
lukkig? En denk aan het einde (Zie
Jes. LVn : 20,21; Rom. VI: 21; Gal. VI:
7, 8; Hebr. X : 27).
Welke is dan awel hij zijn verstand »9
Festus dwaalde zeer (Hand. XXVI : 24);
de Christen is niet «buiten zichzelven»,
maar alle anderen. Niemand is « wel bij
zijn verstand» totdat dit verstand door
God verlicht is geworden {d. i. hij zich
bekeerd heeft).
Dus is de groote vraag deze: —
Hoe kan de slaaf der zonde vrij
worden ?
Niet door eigen kracht. Kon de Gada-
reen aan de duivelen ontkomen? Paulus
kan dit niet, Rom. VII : 24. {Voorb. —
Een vogel op een stok kan niet vrij in
de lucht vliegen). Maar zie het volgende
vers (25). —
Door de macht van Christus. Hoe be-
moedigend zijn Hebr. II : 14 en VH:25!
Bid dus: « Ofschoon wij gebonden zijn door
de keten onzer zonden, laat dan toch
de ontferming Uwer groote genade ons
losmaken.»
Aanteekeningen.
1. De naam van het district, de stad of
het volk, in dit gedeelte vermeld, is van
de vroegste tijden af een moeilijk vraag-
stuk geweest. Van de bestaande manus-
cripten vindt men in het eene: « Gerge-
senen», in een ander «Gadarenen», terwijl