Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
XXXVII. DE ÜEZETENE IN HET LAND DER ({ER(;ESENEN.
171
en kalm weder — des nachts was er een
fi zware storm geweest, maar nu is het Meer
spiegelglad — hoe kwam dit zoo? (Zie
vorige Les). Een Galileesch visschersvaar-
tuig nadert den oostelijken oever. Zie hoe
de bezetene, zonder kleederen aan het
lichaam, met woeste gebaren, den heuvel
af, het gezelschap te gemoet ijlt. Wat zou-
den Gadareensche reizigers gedaan hebben ?
(Zie hierboven). Keeren dezen met schrik
terug? Het is juist de woeste man, die,
door vrees overmeesterd, aan de voeten
van Jezus ligt. Waarom? (Lees vers 6—10).
Wanneer hebben wij reeds vroeger dezen
kreet van vrees en haat (vers 7) gehoord?
(Les XXI). Waarvoor vreezen de booze
geesten? Zie Lukas — om verbannen te
worden van de aarde, nedergestort te
worden in de hel (Zie Aant. 4).
Zie nu om naar de bergen — eene
groote kudde zwijnen — zij zijn rustig
aan het weiden; eensklaps — (Lees vers
11—13) — welk een schouw.spelI Waarom
die schrik? De wreede macht van den
boozen geest is van den armen man in
de dieren gevaren (Voorb. — Als een snelle
stroom, die in eene andere bedding wordt
gebracht). Maar wat toont dit aan? Dat
hij bevrijd is — en hij kan er zelf zeker
van zijn, wanneer hij den plotselingen
schrik in de kudde ziet.
Hoe werd hij nu bevrijd"? Hij kon zelf
niet ontsnappen — de booze geesten waren
te sterk. Vrienden konden hem niet bevrij-
den. — Wat gebeurde er, toen zij het
beproefden? Er was geen hoop, totdat
iemand zou komen, die sterker was dan
de duivelen — dan was er bevrijding
mogelijk (verg. Luk. XI : 21, 22). Jezus
was niet slechts sterker dan één booze
geest — hier was een geheel heirleger,
vers 9 (Zie Aant. 4) — toch gevoelen zij
Zijne oppermacht: —(a) zij konden nergens
tegen Zijn wil gaan; (b) zij smeekten Hem,
als een ondeugende jongen, die om lichter
straf vraagt; (c) zelfs toen deed Hij hun
hunne onmacht gevoelen — de arme dieren,
die zij gehoopt hadden te kwellen, door
den dood aan hun macht onttrokken.
Zullen de discipelen niet weder gevraagd
hebben (zie vorige Les): «Wie is toch deze?
Niet alleen de krachten der natuur, maar
ook de krachten der hel gehoorzamen
Hem!» Hoe waard is onze eerste tekst om
te leeren!
III. De Gadareen in vrijheid
Eene menigte volks verlaat de stad, spoedt
zich naar den oever — waar willen zij naar
zien? In angst voor hunne kudden, vree-
zende voor den woesten man ? Zoowel deze
als de kudden zijn verdwenen! Maar wat
in de plaats daarvan? (Lees vers —20).
Dezelide man, voor wien zij zulk een
afschrik hadden, bevindt zich nu te midden
van een gezelschap van Galileërs — niet
geketend, maar toch rustig neergezeten,
terwijl uit zijne voegzame kleeding en
kalme gelaatsuitdrukking blijkt, dat zijne
bezetenheid geweken is.
Nu kunnen wij deze Gadarenen toetsen
— zien welke soort van menschen zij zijn —
(Voorb. — Zooals echt en valsch goud
door een droppel van een zeker zuur
worden getoetst) — welk gevoel is bij
hen overheerschend? — zelfzuchtige er-
gernis over het verlies der zwijnen, of
dankbare blijdschap over de genezing van
den man? Indien dit laatste het geval
ware geweest, wat zouden zij dan aan
Jezus gevraagd hebben ? En wat vroegen
zij? (Verg. Joh. XXH :17; stel hiertegen-
over Joh. IV : 40). Jezus vindt dus geene
rust aan de overzijde van het Meer —
is verplicht weder terug te keeren.
Maar de man — wat is hij nu? Vrij?
Maar bedenk eerst: (a) Zal een vrij man
zoo aan de voeten van een ander zitten?
(b) Wat vraagt hij aan Jezus? Zou het