Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
170
XXXVII. DE ÜEZETENE IN HET LAND DER ({ER(;ESENEN. 170
het bestaan van goede en booze geesten verbonden, en dat deze onwetendheid
een voldoend antwoord is op al de kleingeestige tegenwerpingen, die gewoonlijk
gemaakt worden. Misschien is het noodig dit voor de oudere klassen uit te
spreken. Men zal opmerken, dat het verhalende gedeelte in de Schets op zoo-
danige wijze behandeld is, dat het den weg baant tot de toepassing, welke
van zeer veel belang is, daar zij op den natuurlijken toestand van den ouden
mensch een nieuw licht werpt, de overeenkomst van dezen toestand met
dien van den bezetene doet uitkomen, hetgeen tot dusver in deze Lessen nog
niet gedaan was. Indien de tijd het veroorlooft, weide men nog uit over de
groote en altijd toenemende (ofschoon nauwelijks gevoelde) macht van eene
zondige gewoonte.
Vele nuttige punten van toepassing komen in deze Les voor, zooals: de
dwaasheid om Christus te verbannen; de plicht om aan anderen de genade te
verkondigen, welke wij zeiven ondervonden hebben; hoe een gebed soms uit
liefde kan worden afgewezen (zooals dat van den bezetene); en in toorn eene
bede wordt toegestaan (zooals die van de duivelen en die van de Gergesenen),
enz. Maar het zal onmogelijk zijn deze punten aan te roeren, wanneer het
hoofdonderwerp, — «slavernij en vrijheid» grondig behandeld wordt.
Schets van de Les
Hoe gaarne zijn jongens en meisjes
vrij! — zij hebben er een afkeer van in
bedwang gehouden te worden, zij willen
hun eigen weg gaan. Onze Les van van-
daag handelt over slavernij en vrijheid —
wij zullen zien wie een slaaf, wie vrij is.
I. De Gadareen in slavernij.
Heden gaan wij naar een nieuw gedeelte
van Palestina — de woeste bergen ten
oosten van het Meer van Gennesaret —
Gaulonitis, eertijds Bazan. Indien wij daar
nu heengingen, zouden wij vele graven
kunnen zien, die in de wanden der bergen
zijn uitgegraven. In den tijd, waarvan wij
nu spreken, toen Jezus in Galilea predikte,
vreesden de menschen dicht bij deze graven
te komen — zij gingen altijd een anderen
weg. Waarom? {Lees vers 1—5; verg.
Matth. VIH : 28; Luk. VIII : 27). Let op
hetgeen omtrent de woonplaats van dien
man wordt medegedeeld (Markus), om-
trent zijne kleeding (Lukas), zijne wijze
van leven {Markus), wanneer hij gezien
en gehoord kon worden (Markus), waarom
bang voor hem waren
lang hij in dien toestand
— en nog iets bovendien
de menschen
(Matth.), hoe
was (Lukas),
(Markus). —
Verkeerde hij in slavernij of was hij
in vrijheid?
Bedenk hoe de inwoners van Gadara
(Zie Aant. 1) ketenen en boeien hadden
gebracht, hem hadden vervolgd, gevangen,
geketend, dachten, dat hij eindelijk veilig
was — en wat gebeurde er toen? Was
hij niet een vrij man — iemand, dieniet
door anderen gebonden kon worden — zijn
eigen weg ging?
Toch was hij een ongelukkige slaaf —
een slaaf van wien? Zie vers 15,16,18,—
«van den duivel bezeten». De booze geest
had hem overwonnen, en hield hem nu
vast, — hoe verschrikkelijk!
Dus hier was iemand, die vrij scheen
te zijn, maar toch werkelijk een slaaf was.
II. Hoe de Gadareen bevrijd
werd.
Het is vroeg in den morgen — helder