Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
166
XXXVI. DE NACHTELIJKE TOCHT OP HET i[EER.
wordt. Christus kan toch niet geleerd
hebben, dat het geheele koninkrijk van het
kwade doordrongen moet worden, en
bovendien zou zoo do eenheid der zeven
gelijkenissen geheel verbroken zijn. Het
is waar, dat de zuurdeesem op andere
plaatsen in de Schrift als een beeld van
het kwaad wordt gebezigd; maar er worden
nog wel andere zinnebeelden in twee be-
teekenissen gebruikt, b.v. Christus en de
Satan worden beiden een «leeuw» genoemd.
7. Zie over de gewoonte, om schatten
onder de aarde te verbergen, Job III : 21;
Spr. H : 4; Jer. XH : 8.
Les XXXVI. — De iiachtelyke tocht op het Meer.
d Ook de wind en de zee zijn Bern gehoorzaam)).
Te lezen — Mark. IV : 35—41; {verg. Matth. VIII : 23—27; Luk. VIH : 22-25).
Te leeren — Ps. LXH : 8, CVII : 28—30. (Ps. 107 : 15; Gez. 58 : 7).
Voor den Onderwijzer.
De meeste onderwijzers zullen het onderwerp, dat wij nu gaan behandelen,
met een gevoel van verlichting aanzien na de betrekkelijk moeilijke Lessen,
die er aan voorafgegaan zijn. Zonder twijfel hebben zij eene schoone en
gemakkelijke gelegenheid tot het geven van levendige beschrijvingen (het zal
eenige moeite en zorg vereischen voor het geval, dat er kinderen zijn, die
nooit de zee hebben gezien). Maar wanneer men met een beschrijving gereed
is, dan blijft juist de vraag, welk onderricht aan het verhaal moet ontleend
worden, welke waarheid omtrent Christus? Welke practische raad voor
de leerlingen zeiven? Het antwoord is duidelijk genoeg — (1) dat weinig
plaatsen in de Schrift zoo te gelijk de menschheid en de Godheid van Christus
doen uitkomen; (2) dat het leven eene reis is, waar wij met vele stormen
hebben te kampen. Maar om deze Le.ssen met goed gevolg en op natuurlijke
wijze te pas te brengen — zoodat niet alleen de leer voorgesteld, maar de
waarheid er van door de leerlingen ^ei'oeirf wordt, en eene bruikbare toepassing
er van gemaakt wordt — vereischt niet weinig nadenken en overleg. Naar wij
hopen zal de wijze van behandelen, die wij hier voorstellen, den onderwijzer
zijne taak gemakkelijk maken; en men merke vooral op, dat de en
3ae onderafdeeling van de drie hoofddeelen onderling met elkander overeen-
komen. Maar de onderwijzer bedenke wel van welke stormen hij met zijne
klasse zal spreken. Zorgen in de gewone beteekenis des woords zijn gewoonlijk
voor kinderen onbekende zaken. Zelfs die, welke over hen komen, gevoelen
zij bijna niet.
In de Schets wordt er hoofdzakelijk geestelijke moeilijkheden yer^eze-Xi .,
maar men kan ook van tijdelijke beproevingen, zooals armoede, ziekte, het
verlies van hen, die ons dierbaar zijn, melding maken; slechts ïegge men
duidelijk uit, dat het geloof in Christus deze niet van ons verwijderd zal
houdenmaar ons onder de beproeving vrede geeft.