Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
164
XXXIV. HET LEEREN DOOR GELIJKENISSEN. —
I.
juist toen de «vrucht» verscheen (zelf-
verloochening en broederlijke liefde, Hand.
IV : 32—37), wie « vervulde » toen « het
hart» van Ananias om den «Heiligen
Geest te liegen» (V : 3)? Zie ook Elymas
(«kind des duivels, vol van alle bedrog,
vijand van alle gerechtigheid Hand. XIH :
10). Judas (Luk. XXH : 3). Simon de
toovenaar (Hand. VIH : 9—24 op de plaats
zelve, waar Jezus gezaaid had, Joh. IV :
34—42). Paulus zaaide in Galatiê en te
Corinthe — zie wat hij van het « onkruid »
zeide (Gal. Hl : 1, V : 7; 2 Cor. XII :
20, 21). En welk eene vermenging in de
Zeven Kerken (Openb. 11, Hl)! Zoo is het
altijd voort blijven gaan.
Hoe noemt Jezus de twee soorten?
vers 38 — « de kinderen des koninkrijks »,
«de kinderen des boozen» (verg. Joh.
VIH : 44). Bedenk dit wel! — elk kind
in deze klasse is een van de twee.
II. Verschillend in hun Aard.
Het onkruid en de tarwe zagen er een
tijdlang eenerlei uit; maar dit kon niet
altijd zoo blijven — waarom niet? Zij
hadden een verschillenden aard — zouden
verschillend opgroeien — verschillende
vruchten dragen. Kan het onkruid het
nuttige graan voortbrengen, dat tot meel
vermalen werd ? Verg. iMatth. VH : 16—18;
Jak. IH : 12.
Zoo is het met ons. Zie hoezeer de twee
soorten van « vruchten », die voortgebracht
worden, verschillen. Gal. V : 19—23. Welke
van deze is in ons te vinden ?
Kan de aard van het Onkruid en van
de Tarwe veranderd worden? Maar dit
kan wél bij ons plaats hebben. Wat was
Adam eerst? Wat is hij geworden En al
zijne kinderen — tvij ook — zijn evenals
hij (^onkruid» (Job XIV : 4; Hom. V : 12) —
een ontaard geslacht. Maar wat ontaard
is kan wedergeboren worden. Hoe? Joh.
lil : 5—7; Tit. IH : 5. Waarom worden
wij gedoopt? Een « uiterlijk teeken » waar-
van? — van «innerlijke genade», door
welke «onkruid» tot « tarwe»,« kindereu
des boozen » tot «kinderen des koninkrijks »
gemaakt worden. Toch vergeten sommigen
hun doop en willen liever «onkruid» zijn!
III. Verschillend in hun Uit-
einde.
De landbouwer kon het onkruid niet
uitrukken, terwijl het groeide — waarom
niet? Maar toen beide tot vollen wasdom
waren gekomen, en het onderscheid aan
het licht kwam en geen vergissing mogelijk
was — wat gebeurde er toen? Was er
eenige kans voor het onkruid om in de
schuren verzameld te worden?
Wanneer wij in eene kerk, eene bijeen-
komst, eene school, eene klasse trachten
na te gaan wie «onkruid», wie «tarwe»
zijn, kunnen wij ons zeer goed vergissen.
Bij sommigen is het duidelijk genoeg,
maar bij velen twijfelachtig. Maar wanneer
de «tijd des oogstes» komt (wanneer?
vers 39), is er geene vergissing — de
engelen weten het — twee broeders,
zusters, vrienden, schoolmakkers, twee,
die dezelfde bezigheid hebben, samen één
bed deelen (Luk. XVH : 34, 35) — zij
kunnen voor eeuwig gescheiden zijn. Dan
zal men weten wat een ieder is tekst
om te leeren). En dan is het koninkrijk
volmaakt, zooals voorspeld was (Jes, LH : 1,
LX : 21).
En wat zal het einde zijn?
Van het Onkruid — allen, die « de onge-
rechtigheid doen » — «alles, wat ergert», d. i.
valstrikken (die de menschen in zonde doen
vervallen) — wat zal daarmede gebeuren?
Zij zullen «uitgeroeid worden» (Matth.
XV : 13) en dan — verschrikkelijke
woorden! — «vuur», «weening», enz.,
vers 42 (verg. Mal. IV: 1; Matth. Hl: 12;
VH : 19; Mark. IX : 43—48; Openb.
XX : 15) — maar wiens woorden zijn