Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
162
XXXIV. HET LEEREN DOOR GELIJKENISSEN. — I.
Les XXXV. — Het leeren door Gelykenissen. — II.
n Waarbij zullen wij het Koninkrijk Gods vergelijken?»
Te lezen — Matth. XIH : 24—52; {verg. Mark. IV : 26—34).
Te leeren — Matth. XIII : 41—43; Mal. III : 18. (Ps. 78 : 1).
Voor den Onderwijzer.
Het zou misschien meer in overeenstemming geweest zijn met de historische
wijze van behandelen, die in deze serie gevolgd wordt, indien in deze Les uit
de gelijkenissen, die wij vóór ons hebben, de hoofdtrekken bijeengebracht
werden, waaruit een beeld van het «koninkrijk» van Christus en Zijne uit-
breiding op aarde kon ontstaan, met eene toepassing betreffende onze verhouding
tot dat koninkrijk. Maar dit onderwerp is reeds, van verschillende gezichts-
punten uit, in drie of vier der voorgaande Lessen behandeld; en daarom is
het grootste gedeelte van de volgende Schets gewijd aan hetgeen rechtstreeks
te leeren valt uit de gelijkenis van het «Onkruid».
Twee hoogst ernstige en moeilijke punten komen in deze Les voor, nl. de
iavloed van den Booze in de wereld, en het eindelijke lot der goddeloozen.
Er zijn geen onderwerpen, waarover kinderen in het algemeen zoo gemak-
kelijk en zonder aarzeling kunnen spreken; maar dit is een bewijs, niet van
de aanwezigheid, maar van de volkomen afwezigheid van elk waar begrip
van den duivel en de hel als iets bestaands, iets afschrikwekkends. De onder-
wijzer trachte in deze Les bij zijne leerlingen het gevoel te doen ontstaan,
dat deze dingen te verschrikkelijk zijn, om anders dan met diepen ernst en
met een zekeren schroom besproken te worden. Laat niemand daarom denken,
dat wij in het minst toegeven aan sceptische theorieën of terugdeinzen voor
hetgeen de Kerk van Christus altijd als de waarheid heeft aangenomen. Hoe
meer iemand van de waarheid van het Geloof der Kerk overtuigd is, met
zooveel te meer ernst zal hij zijne woorden over dit onderwerp overwegen. —
Het invoeren van figuurlijke spreekwijze («oogst» en «.schijnende als de zon»)
aan het einde van de Schets wordt, zooals men zal zien, door het verhaal
zelf vereischt.
De Schriftverwijzingen in de Schets zijn te talrijk, om bij het onderwijs
gebruikt te worden. De onderwijzer zal echter zien, dat zij voor hem bij zijne
voorbereiding alle van belang zijn.
Schets van de Les.
Heden gaan wy weder naar het Meer —
Jezus zit in het schip — menigten volks
aan den oever. Hoe leert Hij hun? en
waarom? {herhaal).
Vier andere gelijkenissen leert Hij aan
het volk: van het Onkruid, het Mosterd-
zaad, het Zuurdeeg en het zaad, dat
in het verborgene groeit (Mark. IV :
26—29). Dan laat Hij de scharen van zich
gaan, begeeft zich naar den oever, terug
naar huis; daar verklaart Hij de gelijke-
nissen aan de discipelen en voegt er nog