Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
XXXV. HET LEEREN DOOR (ÏELIJKENISSEN.
11.
159
I — het gelukt hem niet overal — waarom?
Ts het de schuld van den zaaier?
j Neen, indien hij zaait zooals Jezus dit deed.
' Wie kon meer ijver, geduld, wijsheid heb-
i ben dan Hij?
Is het de schuld van het zaad? Neen,
het is het zaad, dat Jezus zaaide, GodsWoord,
Lukas VHI : 41 (verg. 1 Petr. I : 23).
■ Wat kan beter zijn dan dit?
Maar het is de schuld van de
aarde — van het hart. Van vier
toestanden van het hart toont ons de Heer
het beeld — slechts één is er goed. Zie
, welke zij zijn — welke de onze is: —
(a) Harden van harte, vers 14, 19.
Eenig zaad valt «bij den weg» — op het
pad, dat door de voeten, die er over hebben
geloopen, hard is geworden — het zaad
kan niet dieper komen, ligt bovenop —
de vogels pikken het op. De onderwijzer
spreekt tot de klasse — zijne woorden
dringen door tot het oor, maar niet tot
het hart van een zijner leerlingen —
waarom? — omdat dat hart door slechte
gewoonten verhard is — en de Satan
zendt eene voorbijgaande gedachte (over
het spel van gisteren of het werk van den
volgenden dag), vlug en licht als een vogel,
en de woorden van den onderwijzer wor-
den uit het geheugen weggeroofd.
(ö) Zwakken van hart, vers 5, 6/20,
21. Een deel van het zaad valt waar weinig
aarde is, de harde rots is er juist onder —
het komt spoedig op — dan wordt het
door de zon verschroeid — waarom?
geen wortel. De woorden van den onder-
wijzer dringen door tot het oor van den
leerling — tot zijn hart — hij gevoelt
zijne zonde en de liefde van Christus,
wil gaarne veranderen, gaat naar huis en
bidt, blijft een tijdlang bij zijne voorne-
mens — dan komen bespotting en harde
woorden — die kan hij niet verdragen —
hij gaat weder terug — waarom? geen
«wortel» — wat is dat? Ef. Hl : 17;
Col. H : 7. Toch is de warme zon goed
vóór eene plant met wortels — evenzoo voor
eene ziel, die geworteld is, 1 Petr. 1:6, 7.
(c) Verdeelde harten, vers 7 en 22.
Eenig zaad valt op een grond, die reeds
met doornen en distelen bezet is — deze
komen ook op — nemen het voedsel van
het zaad weg — dus komt er geen vrucht.
De woorden van den onderwijzer vallen
in het hart van een jongen — hij ver-
andert werkelijk — vervalt niet weder
geheel tot zijn ouden toestand — is nog
uitwendig godsdienstig — «toch geen
vrucht» — waarom? «hij denkt zooveel
aan andere dingen», aan zijne «zorg-
vuldigheden » (de moeite, die hij heeft om
met zijn geld uit te komen, enz.); aan
« rijkdom » (het verlangen om in de wereld
vooruit te komen, enz.); geen tijd voor
den dienst van God.
Toch ziet de zaaier wel eenige vrucht
van zijn arbeid; en zoo zal het ook met
den onderwijzer gaan. Want er zijn —
(d) oprechte harten, vers 8, 23 — deze
ontvangen het woord, schieten wortel —
groeien op — dragen vrucht. Hoe kan men
dit oprechte hart verkrijgen? Alleen van
God. Hij kan middelen in het werk stellen
tegen harde paden (Deut. XXXII: 2), rots-
achtige gronden (Jer. XXHI: 29), doornen
(Jes. LV : 11—13).
Ja, er zullen rijpe en goede vruchten
zijn. Maar welke van onze zielen zal die
dragen? Laat ons bidden, dat wij Gods
Woord met oprechtheid hooren, opdat wij
de vruchten des Heiligen Geestes voort-
brengen.
Aanteekeningen.
1. Zie over de Gelijkenissen in het alge-
meen, en de bedoeling van den Heer met
deze wijze van prediken, het Aa7ihangsel
hierachter.