Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
XXXIV. HET LEEREN DOOK GEL1JKENI>SEN'. - I.
157
te vervallen. De «vogelen» kunnen de bijzondere gedachten voorstellen, welke
de onderwijzer kent, de «hitte der zon» ieders eigenaardige vervolgingen, de
«doornen» ieders eigenaardige zorgen en wenschen; en dan is er bijna geene
Les, die, onder goddelijken zegen, zooveel kans zal hebben om op het gemoed
der kinderen te werken, als deze. De namen, welke in de Schets aan de ver-
schillende toestanden van het hart gegeven worden, duiden slechts gedeeltelijk
hunne karaktertrekken aan, maar zij kunnen het geheugen ten nutte komen.
In dergelijke Lessen, waarin de beschrijving van karakters zulk eene voorname
plaats bekleedt, is het goed, vooral met jongere klassen, van deze karaktertrekken
te spreken als toebehoorende aan bijzondere, denkbeeldige personen met een
eigennaam: b.v. de ongevoelige Maria, de twijfelmoedige Anna, de onbesliste
Cornelis. de trouwhartige Pieter. Maar men kieze namen, die niet door een
der leerlingen gedragen worden.
Schets van de Les.
Jezus heeft de vijanden, die Hem Beel-
zebub noemden, en de wankelmoedige
vrienden, die dachten, dat Hij uitzinnig
was {herhaal), bestraft; toch zijn zij nog
hier — de vrienden, welke den voortgang
van Zijn werk willen verhinderen — de
vijanden, die Hem het leven willen bene-
men (Mark. Hl : 6,21); wat zal Hij doen V
Hij daalt weder af naar het Meer — het
scheepje ligt voor Hem gereed (Mark. Hl :
9) — Hij kan zich uit den weg maken.
Maar het volk {d. i. de scharen, die Hem
willen zien en hooren — niet de Schrift-
geleerden) — gaan dezen uit elkander?
Zie. hoe zij zich op den oever verdringen —
zij denken er aan, hoe Hij vroeger reeds
van het schip af (Luk. V : 3) tot hen
gepredikt had — misschien zal Hij het
weder doen. Allen kunnen zij zien en
hooren — sommigen op vooruitstekende
rotsen, de overigen op den hellenden
oever in rijen boven elkander. Hoor nu
wat Hij tot hen zegt.
I. De nieuwe wijze van leeren.
1. Hoe Jezus leerde.^ vers 3—9. {Zie
Aanhangsel bladz. 160).
Wij hebben gezien, hoe Hij gewoon was
te leeren, somtijds de Schriften verklarende,
in de Synagogen somtijds korte, eenvoudige
geboden gevende, als «Hebt uwe vijanden
liel», «Zweert niet», «Bidt in uwe binnen-
kamer», enz. — altijd geheel verschillend
van de Schriftgeleerden, «met gezag».
{Zie Les XIX, XXI). Maar nu is het
anders. Hij spreekt in kleine
geschiedenissen, die een goeden, dieperen
zin hebben, welke echter niet altijd ge-
makkelijk te ontdekken is. De Schriftge-
leerden hebben dikwijls op deze wijze
gepredikt, maar het volk verstond hen niet,
beproefde dit ook meestal niet, vond, dat
het op het raden van moeilijke raadsels
geleek. Maar Jezus! — hoe vreemd (denken
zij), dat Hij gelijkenissen gaat gebruiken —
Hij, die «den armen het Evangelie verkon-
digde* op zulk eene duidelijke wijze —
met zulke «aangename» woorden 1 En Zijne
gelijkenissen — zij schijnen zeer eenvoudig
— maar wat beteekenen zij? —alles, wat
Hij daar van het zaad, het onkruid, den
zuurdeesem zegt, is zeer waar, enz. —
dikwijls hebben zij deze dingen gezien —
maar wat hebben zij te maken met God
en Zijne Wet, met den Messias en Zijn
Koninkrijk?
De discipelen begrijpen het ook niet,
en zoodra het eerste verhaal geëindigd is,
vragen zij Hem stil om de verklaring.