Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
150
XXXII. DE TWAALF APOSTELEN. 150
4. Wat zou de uitkomst van hun werk
zijn? Zie Matth. X. Zij moesten niet ver-
wachten beter behandeld te worden dan
hun Meester (vers 24, 25); zij zouden
verworpen (15), vervolgd (17, 18), gehaat
(22) worden, toch behoefden zij niet te
vreezen — God zou voor hen zorgen
(26—31). Sommigen zouden luisterenen
gelooven — indien één lid van het
gezin het niet deed, zoude een ander
het doen (34—36); en in den dag des
oordeels zou Hij hen belijden (32).
"Wij zijn in de oogen van Chris-
tus ook als schapen. Maar zijn wij
(«verloren schapen?» Zie Ps. CXIX : 176;
Jes. LIIl : 6; 1 Petr. 2 : 25.
Maar Christus zendt Zijne herders uit
om de schapen op te zoeken en te hoeden.
Welk bevel ontving Petrus? Joh. XXI :
15—17. En toen Petrus aan andere ouder-
lingen schreef, zeide hij hun hetzelfde,
1 Petr. V : 1—4. Een predikant is de
«herder» zijner gemeente, en wij, onder-
wijzers, zijn ook herders—voor de «lam-
meren.»
Moet een schaap den herder niet volgen
en voedsel van hem ontvangen? Hoe dwaas
zou het handelen, indien het dit niet wilde
doen! Wat doet gij ?
Nog iets. Be geestelijke schapen kum^eï\
zeiven herders worden — discipelen kun-
nen apostelen worden — de onderwezenen
onderwijzers. Wie wil tot Christus zeggen:
«Hier ben ik, zend mij?»
Aanteekeningen.
1. De aanstelling van de Twaalven en
hunne eerste zending moeten met zorg
van elkander onderscheiden worden. Hunne
aanstelling wordt door Markus (in het
gedeelte, dat wij nu behandelen) en door
Lukas (VI : 12—16) verhaald, en door
beiden in verband gebracht met de samen-
zwering tegen het leven des Heeren, welke
de aanleiding: was tot Zijne tijdelijke af-
zondering. Hunne eerste zending wordt
ook zoowel door Markus (VI : 7—13) als
door Lukas (IX : 1—6) vermeld, maar
dezen plaatsen haar in een later tijdperk,
nl. juist voordat de Heer zich nog eens
afzonderde, ten gevolge van den dood
van Johannes den Dooper. Mattheus spreekt
ook zoowel van de afzondering na de samen-
zwering (XH : 14—21) als van die na
den dood van Johannes (XIV : 13); maar
hij geeft de bevelen voor de zending
(blijkbaar een uitvoeriger verslag van het-
geen in het kort door Markus en Lukas
wordt medegedeeld) in een vroeger hoofd-
stuk (X), en tegelijkertijd de namen van
de Twaalven, terwijl hunne aanstelling als
bekend aangenomen, maar niet verhaald j
wordt. j
In deze Les, welke eigenlijk de eerste [
gebeurtenis {de aanstelling) op het oog j
heeft, wordt al bij voorbaat de latere i
gebeurtenis {de zending en de daaraan ■
voorafgaande bevelen), ter wille der vol-
ledigheid, ter sprake gebracht. De verge-
lijking van het volk met «schapen, die geen
herder hebben», wordt door Mattheus (IX :
35—38) onmiddellijk vóór de bevelen ge-
plaatst, maar heelt den schijn alsof zij,
niettegenstaande zij alleen daiir vermeld
wordt, de uitdrukking van een overwegend
gevoel in het gemoed des Heeren was,
en daarom kan men haar zeer goed te
pas brengen in verband met de scharen,
van wie Jezus zich afzonderde, toen Hij
de Twaalven zoude aanstellen.
2. Er worden ons vier lijsten gegeven
van de Twaalf Apostelen, nl. in Matth. X,
Mark. Hl, Luk. VI en Hand. I. Het is
eene der onvoorbedachte overeenstemmin-
gen der Schrift, dat Matth. en Lukas de
namen twee aan twee geven, terwijl Markus
dit niet doet; en toch is Markus de eenige,
die, wanneer hij van hunne zending mel-
ding maakt, verhaalt, dat zij «twee aan
twee» (VI : 7) gezonden werden. Bij eene
vergelijking van de vier lijsten vallen de
namen in drie groepen van elk vier na-
men ; en bij elke lijst staan Petrus, Philippus
en Jakobus, de zoon van Alpheus, het eerst
in de drie overeenkomende groepen; terwijl
Judas Iskarioth altijd het laatst is.
Het getal der Apostelen kwam overeen
met dat van de twaalf stammen van Israel,