Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
xxxi. (;eschillen oveu den sahhat.
145
Zijae daad? Niemand dacht er aan, den
armen man te dooden. Maar indien men
het goede nalaat te doen, kan men kwaad
doen. (Voorbeeld. — Indien de gewonde
man in de gelijkenis gestorven was voor-
dat de Samaritaan was gekomen, zouden
dan de Priester en de Leviet daaraan
niet schuldig geweest zijn9). Dus (6) wer-
ken van barmhartigheid en liefde moeten
gedaan worden — anderen mogen door
den Sabbat geene schade lijden.
m. Hoe wij den Sabbat in
acht moeten nemen.
God heeft ons zeven dagen in de week
gegeven; zes voor ons zeiven — ons werk,
enz., één dag om voor Hem te gebruiken.
Is het rechtmatig om dien eenen zoowel
als de andere zes voor arbeid en genoegen
te nemen? {Voorbeeld. — Een vader
geeft zeven guldens aan zijn zoon, zes
voor hemzelf, een om te gebruïkeyx zooals
de vader dat wil. Wat zoudt gij van
den jongen denken, indien hij den éénen
ook behield'^)
Waartoe moeten wij dan den Sabbat
gebruiken? De groote zaak is om te heb-
ben hetgeen de Farizeën niet hadden —
Aanteekeningen.
dankbare en gehoorzame harten. Denk
eiken Zondag: »Op dezen dag is mijn
Heiland uit het graf verrezen, waarin Hij
voor mij moest zijn — ik moet Hem lief-
hebben; op dezen dag is de Heilige Geest
neergedaald, om onze harten te heiligen —
ik moet Zijne hulp trachten te verkrijgen.»
Dan is de Sabbat geen last. Het nood-
zakelijke werk —wij zullen het blijmoedig
doen, en maken, dat hiervan zoo weinig
mogelijk « noodig» is, om meer tijd voor
den dienst van God te hebben. Werken
van barmhartigheid — wij zullen ze doen,
niet omdat het moet, maar omdat het een
genoegen voor ons is ze te doen. God
aanbidden — Hem beter leeren kennen —
Zijn woord overdenken — al deze dingen
zullen wij met blijdschap doen.
Jongens en meisjes zouden allen gaarne
«naar den Hemel» gaan. Maar hoe wordt
de Hemel genoemd? Hebr. IV : 9 —
« Sabbatsviering » {letterl. vertaling van
i(rusty>). Zoude dit u bevallen? Indien wij
ons zullen verheugen in den eeuwigen
Sabbat, moeten wij eerst leeren den
aardschen Sabbat op prijs te stellen.
i. Niets is zoo merkwaardig in de geschie-
denis der Joden, als de verandering, welke
de Babylonische ballingschap in de natio-
nale gebruiken teweegbracht. Vóór deze
gebeurtenis verviel het volk voortdurend
tot afgoderij, na dien tijd niet. Vóór dien
tijd werden hunne heiligste instellingen
slechts ten deele opgevolgd; daarna werd
niet alleen elke jota en tittel van de door
de wet voorgeschreven ceremoniën met
de meeste nauwgezetheid in acht genomen,
maar de Rabbijnen voegden er nog ge-
durig iets aan toe.
Hiervan was de Sabbat een merkwaar-
dig voorbeeld. Hier en daar brengen de
profetische boeken de heerschende veron-
achtzaming van dien dag onder de koningen
aan het licht; terwijl in latere tijden het
vernuft der Farizeën zich uitputte om de
Sabbatsviering tot een last te maken. Negen
en dertig verschillende soorten van arbeid
werden als onwettig aangewezen. Het gras
mocht niet betreden worden, daar dit
eenige overeenkomst had met het werk
bij den oogst. Schoenen met spijkers mocht
men niet dragen, daar de spijkers een
«last» zouden zijn, en een «last» mocht
niet vervoerd worden. Een kleermaker
moest zorg dragen, dat hij des Vrijdags
tegen zonsondergang zijne naald niet meer
bij zich had, uit vrees, dat de Sabbat zou
beginnen, terwijl hij haar nog «droeg».
Het is duidelijk, dat het een der doel-
einden van Jezus' prediking was, om den
Sabbat van deze ergerlijke onverdraag-
zaamheid te bevrijden. Zeven van de won-
deren, welke vermeld worden (Luk. IV :
35, 39, VI : 10, XIII : 14, XIV : 1;
Joh. V : 9, IX: 14), werden op den Sabbat
gedaan.
10