Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
140
XXX. DE FARIZEËR EN DE BOETVAARDIGE ZONDARES.
van zich jegens Jezus te gedragen! Nu
vragen wij:
II. "Waarom Hij zoo verschil-
lend behandeld werd.
Allen, die aan tafel zitten, zwijgen stil, —
groote verbazing, dat Jezus dit toelaat. Zie
wat Simon denkt, vers 39 (verg. Jes.
LXV: 5). Was dit onnatuurhjk? Hij werd
geëerd als een vroom man. Welke «vrome»
jongen wordt gaarne in gezelschap met
ondeugende jongens gezien ? Maar het
vermijden van de zonde, en het verachten
van zondaren, vergetende wat wij zeiven
zijn, dit zijn twee verschillende zaken.
Zie Luk. VI : 37; 1 Cor. XIH : 5. Toch
heeft Jezus een verwijt te doen, maar
niet aan de vrouw. Hij, de nauwgezette
Farizeêr, die zich van zulk eene zondares
terug zou trekken, hij moet bestraft worden;
Jezus zal hem datgene aantoonen, wat
wij juist vroegen — het werkelijke ver-
schil tusschen hem en de vrouw. Zal Hij
het op strenge wijze doen, als iemand,
die door de onhoffelijkheid beleedigd is?
Ziet, op welk eene zachte wijze, vers 40—47.
Wat is dus het verschil?
(a) Zie vers 47 — (t Heeft veel lief-
gehad» — ((heeft weinig lief».
De vrouw had Jezus veel lief, achtte
niets te kostbaar voor Hem, geene moeite
te groot voor Hem. Simon had Hem
«weinig», bijna in het geheel niet lief;
dus veronachtzaamde hij Hem,
(h) Maar er was nog veel meer in de
gelijkenis. W^aarom was de eene schulde-
naar zijnen schuldheer dankbaarder dan
de andere? Simon had dit begrepen, vers
43 (hij had ((het meeste kwijtgescholden»).
Was de vrouw eene groote zondares?
W^elnu, zij gevoelde dit, en had daarom
Hem, die tot zondaren gezegd had «Komt
tot Mij» zeer lief Was Simon zoogoed? —
dat dacht hij — en kon dus natuurlijk een
Zaligmaker niet op zoo hoogen prijs stellen.
Toch herinnert Jezus hem door de gelij-
kenis, dat hij ook een schuldenaar is,
ofschoon hij denkt, dat zijne schuld weinig
beteekent; dat zijne goede daden van
geenerlei waarde zijn voor God («had niet
om te betalen»)-, maar dat hij ook kwijt-
schelding kan ontvangen («schold hun
beiden kwijt») (Zie Aant. 5).
(c) Maar er is nog meer. Simon zou
kunnen zeggen: «Gesteld, dat deze vrouw-
berouw heeft, waarom gaat zij dan tot
dezen Nazarener? en meent Hij dan, dat
Hij de schuldheer is — dat mijne zonden
schulden zijn aan Hem — Hij ze kan
kwijtschelden? AVelk verschil is er dus
nog meer tusschen hem en haar? Zij
geloofde, dat Jezus het recht had om te
vergeven en wilde vergeven — geloofde
Simon dit ook? Zij had geloof-, en haar
geloof «heeft haar behouden», vers 50
(Zie Aant. 6).
Nu zien wij het verschil. — De vrouw —
(a) had geloof in Jezus als de Zalig-
maker; (b) gevoelde hare zonden en had
dus Hem lief, die ze haar vergaf; (c)daar
zij Hem liefhad, toonde zij hare liefde
door de wijze, waarop zij Hem behandelde.
De Farizeêr — (a) had geen geloof in
Jezus; (b) had niet het gevoel van zijne
zonden — dus geen bijzondere reden om
Jezus lief te hebben; (c) toonde zijn gebrek
aan liefde door de wijze, waarop hij Jezus
behandelde.
Aan wie van deze twee zijn wij
geüjk?
1. Veronachtzamen wij Christus? Mis-
schien gedragen wij ons niet openlijk
slecht — gaan geregeld naar de kerk en
naar school, enz. — hebben, zoo het
schijnt, eerbied voor Zijn naam. Zijn dag.
Zijn boek, enz.; toch beproeven wij niet
Hem te behagen, — geene opolTering om
Zijnentwil — de zorg voor ons zelf weegt