Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
139 XXX. DE FARIZEËR EN DE BOETVAARDIGE ZONDARES.

Schets van de Les.
Verleden Zondag zagen wij hoe sommigen
Christus verwierpen en anderen tot Hem
kwamen. Heden zullen wij een voorbeeld van
de twee soorten beschouwen, en zien waar-
door zij van elkander onderscheiden zijn.
I. De twee onderscheidene wij-
zen van Christus te ontvangen.
1. De handelwijze van den Farizeêr.
Wat hadden de Farizeën van Kaper-
naüm, enz. van Jezus gedacht? Zij hadden
Hem niet lief, ergerden zich aan Zijne
levenswijze, b.v. om te eten met Tolle-
naars {zie Les XXVI); zij wilden Hem
niet als den Messias ontvangen {zie vorige
Les)) maar zij waren nog niet Zijne open-
lijke vijanden — hoe zij dit werden zullen
wij den volgenden Zondag zien.
Een hunner (hoe heette hij? vers 40)
bedenkt, dat hij Jezus wel gaarne eene
vriendelijkheid zou willen bewijzen — en
misschien tegelijkertijd met zijne gastvrij-
heid prijken; hij vraagt Hem ten eten.
Ziet de gasten binnenkomen — Simon
ontvangt ze zeer dettig — omhelst ze; de
knechten staan gereed om het stof van
hunne voeten te wasschen en hen met
olie te zalven, om hunne door de zon ge-
blakerde huid zacht te maken. De tafels
worden aangericht — de gasten liggen
(volgens de gewoonte) op «ottomans»,
eene soort sola van dezelfde hoogte als
de tafel, steunende op hun linkerarm,
met de (ongeschoeide) voeten buitenwaarts.
En wie in de zaal zijn al deze vreem-
delingen, welke toekijken? (Zie Aant. 1).
Maar ziet — één gast verschilt in voor-
komen van de anderen — Hij is noch
gewasschen, noch gezalfd — toen Hij binnen
kwam, gaf Simon geen kus; wie is dat?
vers 44—46. Waarom dit? Het is niet
noodig, dacht Simon, Hem eenige bijzon-
dere oplettendheid te toonen. Hij is bereid
Hem met eene uitnoodiging te vereeren.
daar Hij zoo welbekend is en bij het volk
in gunst staat; meer kon niet verwacht
worden — hij kon den timmerman van Naza-
reth niet evenals zijne rijke vrienden behan-
delen — alles was goed genoeg voor Hem
{Zie Aant. 2).
2. De handelwijze der vrouw.
Een der vreemdelingen in de zaal weent
{Zie Aant. 3)— eene zondige vrouw — in de
geheele stad als eene openlijke zondares be-
kend. Waarom weent zij? Om hare zonden.
Zij wist al lang hoe slecht zij was; maar
nu gevoelt zij het, zij kan aan niets anders
denken. Zie wM anderen gevoeld hebben;
Ps. XXXVIH : 3, 4, XL :12; EzraIX:6;
Lukas XVHI : 13. Waarom is zij hier
gekomen? Zij weet, dat Jezus de vriend
van zondaien is; het is zeer waarschijnlijk,
dat, toen Hij deze woorden «Komt tot
Mij », enz. gesproken had, zij ze had ge-
hoord — zij waren tot haar hart doorge-
drongen — zij was «belast» — zij ver-
langde naar «rust» — en zij geloofde
Hem, die gesproken had — zij wist niet
veel van Hem — maar was verzekerd,
dat God Hem gezonden had om zondaars
van hun slecht leven te bekeeren. Zij wil
nu niet meer zondigen — zal trachten
dien heiligen en reinen Heiland gelijk te
zijn. Zij moet iets voor Hem doen; maar
wat? Zij is zoo onwaardig — watkaniij
doen? Nu heeft zij eene gelegenheid; zij
heeft gezien hoe onvriendelijk Jezus be-
handeld is geworden — zij kan dit her-
stellen. Zie haar, zooals zij weenende en
bevende achter Hem komt. Wat doet zij?
vers 37, 38. Simon wilde geen gewone
olie geven voor Zijn hoofd; zij giet hare
kostbare zalf over Zijne voeten uit. Simon
wilde zijne slaven niet gebruiken om Jezus
te dienen, zij wil gaarne zelve een slaaf
zijn {Zie Aant. 4).
Welk een verschil in deze twee manieren