Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
XXVIII. TE JERUZALEM.
DE KREUl'ELE TE liETIIESDA.
133
zouden «opstaan en wandelen», die weten,
dat dit de weg is om gelukkig te zijn,
maar die gevoelen, dat niet kunnen —
denken, dat zij niet te laken zijn — dat
het hunne schuld niet is, indien zij nog
geene kracht hebben. Maar het is uwe
schuld! Christus zegt: «Sta op!» Hij be-
veelt — «Bekeert u» (Hand. III : 19) —
spot Hij met ons? Indien wij wachten op
een allesoverweldigend gevoel, dan kunnen
wij blijven wachten. Gehoorzaamt Hem
slechts zonder schroom, en, ofschoon het
volkomen waar is, dat gij «niet kunt»,
zult gij ondervinden, dat gij kunt (Zie
3den tekst om te leei en). De Heilige Geest
is onontbeerlijk, maar wordt gegeven aan
hen, die er om bidden (Luk. XI : 13).
Maar wij moeten eerlijk zijn—beproefde
de hulpelooze man op te staan, met het
heimelijk voornemen niet te slagen? Zegt
met den Verloren Zoon: «Ik zal opstaan!»
Aanteekeningen.
1. Welk feest dei- Joden wordt in vers 1
genoemd ? Weinig moeilijkheden iu de ge-
schiedenis der Evangeliën zijn zoo bespro-
ken geworden als deze. Paschen, Pinksteren,
Loolhutten, het feest der Tempelwijding,
Purim — zij hadden alle hunne voorstan-
ders. Tegenwoordig zijn de meeningen
vrij wel verdeeld tusschen Paschen en
Purim. De quaestie zou van belang ont-
bloot zijn, ware het niet, dat zij in verband
staat met den duur van des Heeren open-
lijke prediking. Deze duurde van het Paasch-
leest van Joh. II tot het Paaschfeest van
de Kruisiging. Het eenige andere Pascha,
in de Evangeliën vermeld, is dat van Joh.
VI: 4; en indien dit ook het eenige andere is
geweest, duurde de prediking twee jaar.
Maar indien het «feest» van Joh. V: 1 een
Paaschfeest was, dan heeft de prediking
drie jaar geduurd. Eenige schrijvers maken
er vier, vijf, zes jaar van, daar zij aan-
nemen, dat niet alle Paaschfeesten genoemd
worden. Er bestaat geene reden waarom
wij dit ook zouden verwachten; maar voor
de drie jaar is de meeste schijn van
waarheid, en indien deze gevolgtrekking
juist is. moet het «feest» van Joh. V : 1
denkelijk een Paaschfeest geweest zijn.
De critische en chronologische bewijsgron-
den zijn veel te omvangrijk om hier zelfs
aangestipt te worden.
2. Bethesda beteekent « huis van barm-
hartigheid », evenals Bethsaïda het «huis
van visch». Bethlehem het «huis van
brood », Bethanië het « huis van dadels » is.
De ligging van den poel is onzeker. Het
groote reservoir ten noorden van de plaats
der tempelgebouwen is zoo goed als zeker
niet de juiste plaats. Robinson, Porter en
anderen zijn van meening, dat de vijver
van Siloam, op de helling van den Ophel,
ten zuiden van den Tempel, dezelfde is
als Bethesda. Er zijn daar sporen gevonden
van de vijf zalen. Het water van den
vijver wordt onder den grond aangevoerd
van de «Fontein der Maagd» hooger op
aan den bergkant, en deze is verbonden
met eene bron onder den Tempel, waarvan
de strooming intermittèerend is. Op den
14den Maart 1815 was er een ongewone
toevloed van water, welke twintig minuten
duurde, en den vijver bij de Fontein der
Maagd 15 c.M. deed rijzen.
3. Vers 4 biedt groote moeilijkheden
aan. Van de drie oudste handschriften
wordt het niet gevonden in dat van den
Sinaï en het Vaticaan, terwijl de Alexan-
drijnsche eene andere lezing heeft. Ook
wordt het in verscheidene andere afschrit ten
gemist. Op dezen grond verwerpen velen
van de beste Schriftbeoordeelaars het als
eene tusschenvoeging. Aan den anderen
kant worden zij, die het verwerpen, van
twijfel beschuldigd ten opzichte van het
vreemde wonder, dat er in beschreven
wordt. Niemand, die den Bijbel gelooft, zal
een oogenblik aarzelen de beschrijving van
dit wonder aan te nemen, indien de door
den Heiligen Geest bezielde Apostel het
vers werkelijk geschreven heeft; maar de
eenige vraag is' heeft hij het geschreven?
En dat dit niet het geval is, is vrij wel
bewezen.
Hoe moeten dan de woorden van den
kreupele in vers 7 en het vergaderen der
zieken bij den vijver verklaard worden?
Waarschijnlijk was de bron, die den
vijver van water voorzag, intermitteerend
(zie vorige Aant.), en bezat dit, in de
tijden van strooming, genezende kracht.