Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
XWIII. TF JERUZALEM.
DE KREUPELE TE BETHESDA.
131
oudere leerlingen. De Schels zal diegenen, welke de gevolgtrekking der schrij-
vers, dat het vers eene tusschenvoeging is, aannemen, in staat stellen de
moeilijkheid te ontwijken.
Schets van de Les.
Hebt gij ooit een hospitaal of gasthuis
van binnen gezien? Welk een treurig
gezicht, al die zieke en gebrekkige men-
schen ! Welk een zegen is toch de gezond-
heid! Dankt gij er ooit God voor?
(1) In vroegere tijden waren er geen
hospitalen — men had er nooit aan gedacht,
totdat Christus kwam en den menschen
leerde ook voor anderen te zorgen. Er
waren vele zieken te Jeruzalem, toen Jezus
daar vertoefde; maar er was geene plaats,
waar zij liefderijke pleegzusters en be-
kwame dokters voor niets konden hebben.
Toch hadt gij daar eene groote schare
van gebrekkigen kunnen zien onder de
bogen van een zuilengang, die om een
waterpoel gebouwd was {Zie Aant. 2).
(Lees vers 1—5).
W^aarom daar? Somtijds was er een
vreemde beweging in het water — dan
had het eene wonderbare, genezende kracht
— hoe verlangend zien zij naar dat oogen-
blik uit—met hoeveel spoed gaan zij er
in, wanneer zij het zien opboi relen! {Zie
Aant. 3).
(2) Ziet dien éénen daar liggen — een man,
die acht en dertig jaar kreupel is geweest!
— al den tijd, dat Jezus op aarde had
geleeld, en zeven jaar daar vóór — welk een
lijden ! Eindelijk was hij bij den poel geko-
men — had daar met de overigen gewacht —
had de beweging in het water gezien — ge-
tracht er in te gaan — waarom niet bij-
tijds? Waarom beproefde hij niet verder,
als hij er een ander in zag gaan? vers7.
{Zie Aant. 3). Nu wanhoopt hij — «de
uitgestelde hoop krenkt het hart» (Spr.
XIH : 12) — zijne hoop verzwakt, evenals
zijne ledematen.
(3) Nog eene schare is daar (vers 13)
— vrienden van de ongelukkigen — anderen,
die gekomen zijn om het water te zien
bewegen — velen uit verwijderde streken
— waarom? — te Jeruzalem aanwezig
voor een der feesten (Zie Aant. 1). Een
van hen nadert den armen man — een
Galileër — een vreemdeling. Maar de
kreupele is geen vreemdeling voor Hem.
Hij weet alles van hem — zijn langdurig
lijden — en de oude zonde van veertig
jaar vroeger (vers 14). Wanneer hebben
wij gezien, dat Jezus genas, zonder dat
het Hem gevraagd werd (Les XXIV)? Nü
zal Hij weder hetzelfde doen.
(4) «Wilt gij gezond worden?» — na-
tuurlijk wenscht hij dit — welk eene
vraag! Maar hoort nu verder — «Sta op! »
— hoe kan hij dit? Acht en dertig jaar
lang hulpeloos — hoe kan hij nu wandelen?
Toch doet hij het tei stond! En dan? dankt
hij den Man, die hem genezen heeft ?
Maar Jezus is weggegaan —vers 13. Ziet
den man weder wegwandelen, evenals
de geraakte te Kapernaüm, zijne ruwe
I mat met zich dragende. Het is reeds aan-
genaam, wanneer men, na twee dagen
thuis gezeten te hebben, weder kan wan-
delen — wat moet het voor hem geweest
zijn.
(5) Maar ziet! Daar wordt hij aange-
sproken door sommigen van de oversten.
«Wat doet gij? Weet gij niet, dat het
Sabbat is?» Welke wet overtrad hij?
Zie Exod. XXXI : 13—17; Neh. XllI :
15—19; Jer. XVH : 21, 22. Maar moest
hij niet doen wat hem gezegd was door
Dien, die hem genezen had? — Hij, die
zulk eene macht had, moest toch zeker