Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
126 XXVII. DE KRANKE VROUW EN HET DOCHTERTJE VAN JAÏRUS.
Les XXVII. — De kranke vrouw en het dochtertje van Jaïrus.
(iAlle dingen zijn mogelijk dengene, die gelooft».
Te lezen — Mark. V : 22—43 (verg, Matth. IX : 18-26; Luk. VIII : 41-56).
Te leeren — Luk. VIÜ : 48—50. (Gez. 87 : 1 en 2.)
Voor den Onderwijzer.
Deze Les geeft een uitstekend voorbeeld van hetgeen reeds ten opzichte van
Les XXV gezegd is. Het verhaal is zeer bekend en zeer gemakkelijk te
beschrijven; en eene algemeene toepassing is licht te vinden. Maar wanneer
dit gedaan is, wat heeft dan de klasse geleerd van de groote waarheid, die
aan de geschiedenis ten grondslag ligt? Heeft de onderwijzer zelf haar opge-
merkt? De voorbeelden, welke in de Schets worden aangegeven om er de
les mee te beginnen, zullen ook den weg banen tot inprenting van deze
waarheid; het geheele verhaal wordt gegeven met het doel om haar in
het licht te stellen, en de toepassing beoogt niets anders dan om haar
te doen doordringen in het gemoed der kinderen. En welke is nu deze
waarheid? Dat het geloof de onmisbare schakelis, die onze behoeften vasthecht
aan de macht, die Christus heeft om er in te voorzien. Deze waarheid wordt
door vele der Evangelieverhalen geleerd; maar het is om twee redenen aan
te raden er hier mede de aandacht op te vestigen, nl. (1) omdat de aanra/cmgf
der vrouw haar op zulk eene treffende wijze toelicht; (2) omdat zij het onder-
wijs van de twee gebeurtenissen, in dit gedeelte verhaald, tot één geheel maakt.
De verschillende toepassingen, welke door de opwekking van het dochtertje
van Jaïrus aan de hand worden gedaan, zijn niet in de Schets opgenomen.
Zij zijn reeds in Les XXIV te vinden, en indien zij hier gebruikt werden,
zou het noodig zijn het voorval van de kranke vrouw hier weg te laten.
Bij het onderwijs make men geene afscheiding tusschen afdeeling I en II.
De woorden «Ziet, hoe zij langzaam nadert» volgen vanzelf op «kan tot
Hem komen, zonder opgemerkt te worden». Het hoofd der afdeelingen is,
als naar gewoonte, slechts gegeven ten dienste van den onderwijzer, om hem
tot mijlpaal te strekken.
Schets van de Les.
Onder de straten van vele steden zijn
pijpen vol met water, die daar werden aan-
gebracht om de huizen, enz. van water te
voorzien. Indien er een huis in brand stond,
zou dit een middel kunnen zijn om te
blusschen — maar waartoe dient het,
indien men er niet bij kan komen ? (O/*,
eene donkere schoolkamer — het gas in
de pijpen helpt niets, ivanneer er geen
kraantje opengedaan en het niet met een
licht aangestoken kan worden Of, kinde-
ren, die alleen thuis zijn., worden erg
door honger geplaagd — overvloed van
brood in de kast., maar geen sleutel om
die te openen).
Wij hebben behoefte aan vergeving voor
onze zonden, genade om beter te worden,
een liefhebbend gemoed, beminnelijkheid