Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
XXVI. DE ROEPING VAN DEN TOLLENAAR.
125.
Lukas maakt dit geheel duidelijk. Hij ver-
meldt, dat de vraag ook insloot het «doen
van gebeden», d. i. het bidden, niet uit
behoefte, maar als eene gezette taak, op
vaste tijden; en het spreekt vanzelf, dat
het vasten ook van soortgelijken aard moest
zijn. Anders verliest de uitspiaak van
Christus hare kracht, daar Hij een duidelijk
onderscheid maakt tusschen het gedwongen
waarnemen van het voorgeschreven vasten,
en het vrijwillige vasten in tijden van
droefheid en ellende. «Kunt gij de brui-
loftskinderen doen vasten», enz. — dan
zidlen zij vasten (V : 14, 15).
De woorden «Dan zullen zij vasten»
zijn dus niet een instelling van een vasten
regel, die gehouden moest worden, maar
zij voorzeggen wat gebeuren zal: «Zij
zullen vasten, omdat er reden voor zal
zijn» (verg. Joh. XVI : 20). «Alle uiter-
lijke vormen en daden moeten een natuur-
lijken oorsprong hebben iu de eene of
andere reine en diepe aandoening des
harten, welke voor zichzelve eene gepaste
uitdrukking zoekt») (Hanna).
5. De twee vooibeelden van het ge-
scheurde kleed en de oude lederzakken
worden gewoonlijk beschouwd als eene
beschrijving van de noodlottige gevolgen,
die elke poging om de oude Joodsche en
de Christelijke stelsels te verbinden, moet
hebben. Maar in het verklaren van de
bijzonderheden zijn de uitleggers dik-
wijls zeer verschillende meeningen toe-
gedaan.
De volgende opvatting schijnt de natuur-
lijkste te zijn:
(a) Het oude kleed stelt de vormen en
ceremoniën voor van de oude bedeeling,
die in haar tijd nuttig waren, maar nu
versleten zijn (verg. Gal. IV : 3, 9; Hebr.
VIII : 13). Het nieuwe stelt de vormen
(d. w. z. de zichtbare uitdrukking van het
inwendige leven en den geest) van de
bedeeling des Evangelies voor. Indien er
een lap uit een nieuw kleed wordt ge-
nomen {Lukas), om eene scheur in het
I oude te verstellen, dan volgen hieruit twee
dingen: het nieuwe is bedorven (Lukas —
de woorden «zoo scheurt ook dat nieuwe
het oude» beteekenen «hij zal het nieuwe
scheuren») en het oude is niet versteld,
want de nieuwe lap komt er niet mede
i overeen (Lukas), en indien het nieuwe
laken ongevold (Matth. en Mark.) is, dan
zal de lap bij het krimpen de draden van
het oude meetrekken en eene ergere-
scheur maken.
Evenzoo kan men het oude stelsel van
ceremoniën niet met eenige nieuwe vor-
men aanvullen. Het bruiloftskleed (want
dit beeld schijnt voortgezet te worden)-
moet geheel en al nieuw zijn.
{b) Evenals de kleederen een beeld zijn
van uiterlijke vormen, zoo is dit ook met
de «llesschen» (d. i. wijnzakken; wijn
werd in geitevellen, die tot dat doel ge-
maakt waren, bewaard, zie Joh. IX : 4).
Maar in deze tweede gelijkenis wordt het
leven of de Geest van het Evangelie voor-
gesteld onder het beeld van den wijn.
Wanneer hij nieuw, d. i, ongegist, is en
dan in oude en stijve lederzakken gedaan
wordt, die zich niet uit kunnen zetten
als de wijn gist, zullen de zakken bersten
en de wijn zal verloren gaan. Zoo konden
de steeds grooter wordende vreugde en de
(toeyiniaals) gedeeltelijk ontwikkelde vrij-
heid van het Chiistendom niet veilig be-
sloten worden in de oude, stijve vormen
van het Judaïsme, maar er moesten
nieuwe, veerkiachtiger vormen zijn. Dan
zouden zoowel de geest als de vormen
bewaard blijven.
De wooiden, welke de Heer nog tot
besluit zegt, en niet alleen door Lukas ver-
meld worden, zijn eene zachte veront-
schuldiging voor de discipelen van Johannes
den Dooper. Zij moesten niet haastig ver-
oordeeld worden, omdat zij nog niet naar
I den «nieuwen wijn» verlangden. Hij zou
hen ook aanmoedigen om «te smaken en
te zien»; eeilang zouden zij hem op prijs
I stellen.