Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
XXVI. DE ROEPING VAN DEN TOLLENAAR.
121.
door God in den hemel uitgeoefend,
maar ook door den Zoon des Menschen
op aarde. Gij beweert terecht, dat zij
alleen wordt uitgeoefend door Hem, wiens
eigenlijke woonplaats in den hemel is;
maar Hij, die, in den persoon van Zoon
des Menschen, op aarde is nedergedaald,
heeft deze macht in zich.
Hij maakt de vraag «wat is gemakke-
lijker», enz., aldus duidelijk: — Het zou
gemakkelijker zijn voor iemand, die noch
Fransch, noch Chineesch kent, voor te
geven, dat hij de laatste dan dat hij de
eerste taal machtig is; niet, dat de taal
zelve gemakkelijker is, maar omdat in het
eene geval honderden zijne bewering zouden
logenstraffen, terwijl er in het andere geval
bijna geen geleerde is, die hem zou kunnen
tegenspreken.
6. Het Grieksche wooi d voor «beddeken»
is in de drie Evangeliën verschillend.
Mattheus gebruikt het gewone woord.
Lukas, die altijd schooner bewoordingen
bezigt dan de anderen, gebruikt een meer
klassieken term. Maikus alleen doet uit-
komen welk een sooi t van bed het was, door
een woord te bezigen, dat het allerarmoe-
digste leger aanduidde — niet meer dan
eene mat. Hetzelfde woord komt voor
in Mark. VI : 55; Joh. V : 8-12; Hand.
V ; 15, IX : 33.
7. Lukas geelt de schilderachtige be-
schrijving van de uitwerking van het
wonder op de omstanders. Hij alleen ver-
meldt hun «vreeze». «Ongelooflijke din-
gen» zijn eigenlijk «paradoxen», d. i.
dingen, die in strijd zijn met alle onder-
vinding.
Les XXVI. — De roeping van den Tollenaar.
{{Een vriend van Tollenaren en Zondaren».
Te lezen — Matth. IX : 9—17; (verg. Mark. H : 14—22; Luk. V : 27—39).
Te leeren — Maik. 11 : 16, 17. (Gez. 39 : 1 en 3).
Voor den Onderwijzer.
Kort als deze geschiedenis is, vonden wij het noodig bijna de geheele plaats-
ruimte, aan de Schets toegewezen, te gebruiken voor opmerkingen betreffende
de leering, welke dit verhaal ons aanbiedt, zoowel als tot het toevoegen van
lange aanteekeningen. De toepassing wordt daardoor tot het kleinst mogelijke
bestek teruggebracht.
Het grootste gedeelte van de tweede afdeeling («Christus de Bruidegom»)
moet weggelaten worden bij het onderwijs aan jongere klassen; maar er moet
toch genoeg uitgenomen worden, om tot het tweede punt van toepassing —
dwaartoe Christus ons roept», te kunnen geraken, daar dit er volstrekt bij
behoort.
De toepassing, welke voortvloeit uit de woorden «Volg Mij», is reeds in Les
XX gegeven en het zou niet goed zijn te beproeven haar hier in te voegen.
<tEén ding te gelijkT> is een goede stelregel bij het onderwijs.
Schets van de Les.
Al is het dikwijls niet aangenaam de
belasting te betalen, omdat het ons wel
eens ongelegen komt — haten wij daarom
den man, die ze in ontvangst moet nemen?
Hij eischt slechts de juiste som — niet
meer dan wij behoeven te geven — hij
bedriegt niet, betaalt het alles aan de
overheden — en zij geven het uit voor
schepen, soldaten, politie, scholen, enz.
Maar stel u voor, dat Nederland onder