Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
XXV. DE GERAAKTE.
117
Les XXV. — De Geraakte.
<^Wie is deze, die ook de zonden vergeeft?»
Te lezen — Mark. II : -1—12; (verg. Matth. IX : 1—8; Luk, V : 17—20).
Te leeren — Ps. CIII : 3, 4; Hand. V : 31. (Ps. 32 : 1; Gez. 189 : 4).
Voor den Onderwijzer-
De Schets van deze Les is anders samengesteld dan van de voorafgaande.
Door den titel van elke afdeeling niet in het begin, maar aan het einde te
plaatsen, hebben wij den onderwijzer willen doen zien, dat deze stellingen de
punten zijn, waartoe hij ten slotte met zijn onderwijs moet komen. Deze
wijze van doen is dikwijls zeer aan te raden, ook wanneer zij niet in de
gedrukte Schets is aangegeven.
Bij het behandelen van verhalen zooals het voor ons liggende, hebben zelfs
nauwgezette onderwijzers te veel de gewoonte om in eene reeks aardige tafereelen
het gebeurde te schetsen, en dan te besluiten met eene algemeene toepas-
sing over de goedertierenheid van Christus en de daaruit volgende aanmoe-
diging om tot Hem te komen. De onderwijzer der jongste klasse mag hiermede
tevreden zijn; maar met oudere leerlingen moet men iets hoogers en meer
bepaalds trachten te bereiken.
In de volgende Schets is het verhaal gebruikt om twee groote waarheden
toe te lichten : (1) De Godheid van Jezus, zooals zij blijkt uit de punten aan
het einde der drie afdeelingen, en als het juiste antwoord op de vraag, welke
als motto van de Les dient; (2) De hoogere beteekenis van geestelijke zegeningen
boven de tijdelijke, hetgeen reeds in de inleidende paragraaf met een enkel
woord wordt aangeduid, en de hoofdinhoud der toepassing uitmaakt.
De Geraakte kan als een type genomen worden van den zondaar in zijne
hulpeloosheid en onmacht, en de lichamelijke kracht, die aan genen werd
medegedeeld, van de geestelijke kracht, welke deze behoeft. Maar dit punt zal
nog beter uitkomen bij den kreupele te Bethesda.
Men drage er zorg voor, dat de kinderen zich geen voorstellingen maken
van Hollandsche daken en bedden; anders zou hetzelfde kunnen plaats grijpen
wat eens gebeurde met de leerlingen van eene klasse, die de school verlieten
onder den indruk, dat het vermogen, hetwelk de Geraakte kreeg om zijn
ledikant te dragen, toch wel het allergrootste wonder was. Zie Aant. 3 en 6.
Schets van de Les.
Zijn er niet jongens of meisjes, die,
wanneer hun gezegd wordt, dat God het
gebed verhoort, bij zichzelven denken : —
«Ja, misschien wanneer wij om genade
bidden, — maar indien wij om de dage-
lijksche dingen vi agen, welke wij werkelijk
gaarne willen hebben, dan krijgen wij ze
niet.» Maar God wil alle goede dingen
geven — zoudt gij aan een kind een ver-
giftige vrucht geven, wanneer het er om