Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
109 XXIll. DE ROMEINSCHE HOOFDMAN EN ZIJN KNECHT.
men eens de belangstelling der klasse heeft opgewekt, kan men haar over
het algemeen gemakkelijk gaande houden; de moeilijkheid is om haar in het
begin te verkrijgen. Dit nu mislukt zeer dikwijls door de gewoonte, om het
gedeelte der Schrift, dat behandeld moet worden, in het begin geheel voor te
lezen. De onderwijzer zou verstandiger doen, indien hij zijne Les met een of
ander voorbeeld opende, dat tot het onderwerp leidt (zooals er reeds zoo vele
: in deze Lessen zijn aangegeven); of met eene herhaling van die punten der
vorige Les, welke een geschikten overgang vormen tot die^ welke nog be-
handeld moeten worden. Wanneer dit gedaan is, moet dan het verhaal in zijn
; geheel uit de Schrift gelezen worden? Of is het beter naar de verschillende
i verzen of groepen van verzen te verwijzen, naar gelang dit bij het onderwijs
• te pas komt? Gewoonlijk zal men de voorkeur geven aan deze laatste manier,
. daar zoodoende dikwijls nieuwsgierigheid wordt gewekt, welke eene groote
hulp voor den onderwijzer is. Bijvoorbeeld — «Nu, wat denkt gij, dat deze
of gene zeide?» — of «deed»? — of «hiervan dacht?» — «Kijk maar naar het
volgende vers, en gij zult het zien.» Maar er zijn uitzonderingen op dezen regeL
De Les, welke wij nu gaan behandelen, schijnt een van die uitzonderingen
te zijn. In de Schets, die hier volgt, wordt niet lang stilgestaan bij het uit-
wendige verhaal, daar het weinig gelegenheid tot beschrijving van uiterlijke
; omstandigheden aanbiedt, en de belangrijke leering, welke er in vervat is,
; den geheelen tijd moet innemen. In zulk een geval zal het beter zijn om in
het begin (d. w. z. na het als inleiding gegeven voorbeeld) de geheele geschie-
denis door te lezen, slechts in het voorbijgaan eenige noodige uitleggingen
; (zooals b.v. wat een hoofdman over honderd was) gevende, en dan voort te
werken op hetgeen de leerlingen reeds weten.
Ofschoon de Schets, op het eerste gezicht, voor oudere klassen gemaakt
= schijnt te zijn, heeft zij eene, voor onderwijzers van jongere klassen bijzonder
, gunstige, eigenschap, nl. de schaarschheid van tekstaanhalingen. Bijna al de
' lessen, die aan de hand worden gegeven, zijn uit de geschiedenis zelve geput.
1 Zij, die meer teksten verlangen, zullen ze in de aanteekeningen vinden.
Schets van de Les.
Welke menschen verwonderen zich het
lichtst? Zijn het niet de onwetende men-
schen? (b.v. — Een klein kind verwon-
dert zich op het gezicht van een nieuw
stuk speelgoed, — een grooter kind niet;
scheikundige proeven wekken de bewon-
gen moesten het dan zijn, die maakten^
dat .Tezus zich ^verwonderde». — Twee-
maal lezen wij, dat hij «zich verwonderde»
— waarover kan dit zijn? Eens over
ongeloof (Mark. Vf : 6); eenmaal over
geloof (hierover vandaag). Waren dit zulke
dering der toeschouwers op, — niet van vreemde dingen ? Ongeloof vreemd, wan-
hem, die ze doet, enz., enz.) Hoe meer l neer Hij het zooveel zag? Geloof vreemd,
wij weten, over hoe minder dingen wij
ons verwonderen. Welke wonderbare din-
wanneer het eerder te verwonderen was,
dat zoo weinigen geloofden? Hoe groot