Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
105 XXII. DE MELAATSCHE.
denis van onzen Heer er eene gansche reeks aanbiedt, waarin een wonder
beschouwd kan worden als op zinnebeeldige wijze eene voorstelling gevende
van de zonde en de verlossing, uit een bepaald oogpunt gezien. Zoo hebben
wij eene geestelijke blindheid en een geestelijk ziende zijn, eene geestelijke
doofheid en een geestelijk hoorende zijn; geestelijke krankheid ongezondheid;
geestelijken dood en geestelijk leven. In den kreupele hebben wij een beeld
van des zondaars machteloosheid tot het goede; in den bezetene van de slavernij
der zonde; in den maanzieke van de uitzinnigheid der zonde, terwijl de ver-
schillende genezingen aantoonen hoe het Evangelie kracht, vrijheid en verstand
teruggeeft. Het is van belang om deze verscheidenheid in hel oog te houden
bij de leering, die wij uit Jezus' wonderen kunnen putten; anders zal ons
onderwijs eentonig zijn en daardoor geen belang inboezemen.
In het geval van den melaatsche doet zich de zonde en haar geneesmiddel
op tweeërlei wijze kennen. De ziekte toont ons de verdervende macht der
inwonende zonde aan; en in den bijzonderen vloek, dien God er aan ver-
bindt, hebben wij een beeld van het verbeuren van Zijne gunst, hetgeen een
gevolg der zonde is. Evenzoo is de genezing, die zoowel gezondheid des
lichaams als wederopneming in het verbond en zijne voorrechten mei zich
brengt, een treilend beeld van hel tweeledige werk der verlossing, heilig-
making en rechlvaardigmaking; de laatste komt onmiddellijk tot stand — de
eerste (niet zooals de genezing van den melaatsche) langzamerhand.
De Les biedt dus eene uitmuntende gelegenheid aan om belangrijke leer-
stellige waarheden op duidelijke en boeiende wijze mede te deelen; en de
onderwijzer geve zich bijzondere moeite om deze gelegenheid goed te gebruiken.
De geschiedenis zelve, en de bijzonderheden omtrent melaalschheid, die inde
aanteekeningen Ie vinden zijn, geven aan het onderwerp aantrekkelijkheid
genoeg.
Schets van de Les.
Eene langdurige krankheid — hoe smar-
telijk! {neem als voorbeeld het een of
ander welbekende geval ondei* de leer-
lingen). Toch zou het nog erger kunnen
zijn — als men er mede geboren was en
er al die jaren onder leed. — Of nog
erger — als men nimmer genezen kon.
Of nog erger — als men niet hetzelfde
blijft, of een weinig beter wordt, maar
zijn geheele leven door verergert. Of nog
erger — indien het zeker is, dat de kin-
deren van den zieke het ook zullen hebben,
en hunne kinderen, en zóó voort. Of nog
veel erger dan dit alles. Zieken worden
dikwijls zoo liefderijk behandeld, het beste
vertrek, het beste voedsel wordt hun ge-
geven , belangstellende vrienden komen
hen opzoeken, enz.; maar stel u voor,
dat men niet met zijn gezin mag blijven
wonen, gedwongen is om alleen met men-
schen te leven, die dezelfde ziekte hebben;
niemand anders in de nabijheid mag laten
komen — hoe verschrikkelijk!
Er is zulk eene ziekte, melaatschheid.
Wij zullen, heden van een melaatsche
lezen. Een erg geval — «vol van melaatsch-
heid» (Luk. V :
I. De ziekte van den melaatsche.
(1) Haar aard. Xiet slechts zijn de
ledematen van den armen man ziek, ook