Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
104
XXII. DE MELAATSCHE.
heid en maanziekte (of epilepsie), Matth.
IV : 24.
{e) Maar «bezetenheid» ging dikwijls
gepaard met lichamelijke gebreken (b.v.
bij den doofstomme, Matth. IX : 32, den
blinde, Matth. XII : 22, en met de uiter-
lijke kenteekenen van epilepsie (Mark.
IX : 17, 27) en hevige krankzinnigheid
(Mark. V : 1—5).
(/■) In den bezetene was klaarblijkelijk
een tweevoudige persoon, een twee-
voudige wil, ofschoon die van den mensch
ten onder werd gehouden door dien van
den duivel, die letterlijk zijn slachtoffer
«öeza^»; en de woorden van den Heer
werden duidelijk tot den duivel gericht
en niet tot den man. In Mark. I : 23 is
het woord «met» (een man met een on-
reinen geest) in het Grieksch « in » —
om als het ware aan te duiden, dat in
den geest de man leefde, bewoog en was.
Men behoeft er geen bezwaar in te
vinden, dat de «bezetenheid» tot ééne
eeuw in de wereldgeschiedenis beperkt
schijnt te zijn. Zooals Alford zegt: «Het
tijdperk, waarin de Heer op aarde leefde,
was meer dan eenig ander onder de
heerschappij van het kwade. De grond-
vesten van des menschen zedelijk bestaan
waren opgebroken en de ure en de macht
der duister7iis hadden de overhand.»
Eenige geneesheeren zeggen echter, dat
er nog bijzondere gevallen zijn, die niet
anders verklaard kunnen worden, en dr.
Thomson's beschrijving van sommige krank-
zinnigen in Palestina gelijkt op treffende
wijze op de verhalen in de Evangeliën.
2. Eenige uitdrukkingen in deze geschie-
denis zijn zeer treffend. Twee eigenaardig-
heden van Markus komen er in voor:
zijn geliefkoosd woord sv$süj^ (eutheos),
— e terstond » of « van stonde aan » —
hetwelk vijf en veertig maal door hem
gebruikt wordt, in de overige boeken van
het N. Testament zeven en veertig maal;
en de nadruk, dien hij steeds legt op de
verbazing, door Jezus' wonderen veroor-
zaakt. De nauwkeurig medische taal van
den geneesheer Lukas komt voor in zijn
term «een groote koorts», daar de koort-
sen door de ouden technisch in groote
en kleine werden verdeeld. «Zwijg stil»
is letterlijk «wees gemuilband»; hetzelfde
woord wordt in 1 Tim. V : 18 gebruikt.
« Het gerucht van Hem » (in Lukas, niet
in Markus) is hetzelfde als het woord
geluid in Hand. II : 2, «het geluid van
een geweldig gedreven wind ». « Laat af»
is één klein woordje ('ea ea) en komt
overeen met onzen uitroep «Ha!». «Wat
hebben wij met U te doen*^» is dezelfde
uitdrukking, welke door den Heer tot Maria
gebezigd werd, Joh, H : 4; zie Les XV.
Aant. 3.
3. Zie aangaande Kapernaüm Aanhang-
sel y/, blz. 98.
4. De merkwaardige aanhaling van
Matth. VIII : 17 is uit Jes. LUI : 4 —
« Hij heeft onze krankheden op zich ge-
nomen en onze smarten heeft Hij gedragen».
Jesaja's geheele profetie in dit hoofdstuk
wijst op des Heeren plaatsvervangend lijden
voor de zonde; maar deze bijzondere
woorden schijnen Hem ook aan te duiden
als de drager van de indirecte gevolgen
der zonde, als Hem, die medelijden heeft
met de menschen, die er onder gebukt gaan,
en in deze beteekenis worden zij schijnbaar
door Mattheus aangehaald; zie de Schets.
5. Blunt merkt op, in zijn «Overeen-
stemming der Schriften», dat, terwijl Mat-
theus den avond noemt als de tijd, dat
de menigte der zieken tot Jezus kwam,
wij de reden hiervan uit Markus en Lukas
leeren kennen, want zij vermelden, dat
het de Sabbat was; zij wachtten blijkbaar
tot zonsondergang, om den Sabbat niet
te breken, die dan volgens de W^et eindigde.
Les XXIL — De Melaatsche.
« Eertijds verre — nahij geworden ».
Te lezen — Matth. VIII : 1—4; {verg. Mark. I : 40-45; Luk. V : 12—14).
Te leei-en — Lukas XVIII : 27; Ef. H : 12, 13. (Ps. 103 : 2).
Voor den Onderwijzer.
Dit verhaal stelt ons voor het eerst een geval voor oogen, zooals de geechie-