Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
XXI. EEN SABBAT TE KAPERNAUM.
103
«onze krankheden op zich genontien». En
waarschijnlijk (c) was de geheele avond
er mede gemoeid — zou Jezus niet tot
een ieder gesproken hebben? — hoe
vermoeiend!
III. De gebedenvan Jezus. (Lees
vers 35).
Zou Hij nu geen behoefte hebben aan
rust en slaap? En toch, wanneer staat
Hij op? Zie, hoe Hij uitgaat in den don-
keren nacht — de zwijgende, slapende
stad verlaat — naar een eenzame plaats
op de bergen — daar is Hij uren lang
in het gebed. Waarom bad Hij? Deed Hij
het als een plicht, die gedaan moest wor-
den? Het was Zijn genoegen, het ver-
kwikte Hem. Wij weten niet wat Hij zeide,
maar wanneer wij aan andere gelegen-
heden denken, waar het wel gezegd wordt,
kunnen wij ons dan niet voorstellen hoe
Hij den Vader gedankt zal hebben voor
die krachtige wonderen (verg. Joh. XI: 41)
— want Hij deed deze niet alleen (Joh.
XIV : 10)—en gebeden voor de zielen van
hen, wier lichamen genezen waren (verg.
Luk. XXH : 32)?
Hier hebben wij eene proeve hoe het
leven van Jezns maanden lang voortging —
dag aan dag juist zooals hier.
Boe is ons leven? Volgen wij Zijne
voetstappen? Hoevelen zijn er, wien wij
kleine bewijzen van vriendelijkheid konden
geven — dingen, die zelfs een klein kind
kan doen! Wie van ons kan zeggen:
Ik wensch te zijn als Jezus,
In 't goeddoen nooit vermoeid.
Of zijn wij zelfzuchtig, geven om nie-
mand anders dan ons zelf — ons eigen
gemak, genoegen, onze vooruitzichten in
het leven? Hoe verschillend van Christus!
(Rom. XV : 3).
Maar wij hebben noodig, dat ons goed
gedaan worde. Brandt de koorts van
zondige begeerte nog in onze harten?
Houdt de satan ons vast en tracht hij ons
te verderven? Denk er aan, dat JezÜS
nu nog dezelfde is (zie den 2deii tekst
om te leeren). Hij heeft nog medelijden,
bidt voor ons, geneest onze kwalen (Hebr.
VH : 25) —kan den koortsigen verkoeling
geven door het «water des levens» (Openb.
XXII : 17) — den moeden kracht geven
(Jes. XL : 29—31) — de onreinen rein
maken (Ezech. XXXVI: 25) — den satan
uitdrijven (Rom. XVI : 20). Niets is te
moeilijk (Luk. XVHI: 27); niemand wordt
afgewezen (Joh. VI : 37).
Waarom kan de geheele klasse, de
geheele school, de geheele gemeente zich
dan niet (zie vers 93) Mjeenvergaderen
omtrent Zijne deur?» «Klopt, en u zal
opengedaan worden.»
Aanteekeningen.
1. De bezetenheid van den duivel is eene
zeer geheimzinnige zaak. Ofschoon het
feit zeer duidelijk in de Evangeliën voor-
komt, wordt er van gesproken als van iets
volkomen bekends, en er is geene uitleg-
ging bij. De volgende punten worden door
de verschillende Evangelieverhalen vast-
gesteld :
(а) De Heer zelf schrijft «bezetenheid»
aan de werking des duivels toe (Luk. X:
17—19; XI : 14-22).
(б) Maar er is in het Grieksch geen
enkel woord zooals ons nduiveh, waardoor
zoowel de satan als de mindere booze
geesten worden aangeduid. De satan is
altijd ^ix^oAoq {diabolos); een booze geest
altijd $ccii4m (daimon) of oatiióvtov {dai-
monion).
(c) Lichamelijke bezetenheid wordt
onderscheiden van de macht des satans
over de ziel. De «bezetenen» waren dus
niet altijd de slechtste menschen, zooals
Judas, toen de «satan in hem voer», of
Ananias, toen de satan zijn hart ver-
vulde.
{d) Er wordt verschil gemaakt tusschen
«bezetenheid» en ziekte, in Mark. I : 32
en andere plaatsen; ook tusschen bezeten-