Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
102
XXI. EEN SABBAT TE KAPERNAUM.
verbeelden zich dus niet, dat zij even goed
zijn als Hij ~ zij willen gaarne onder-
wezen worden — en Hij geeft hun, wat
Hij niet aan de Nazareners kon (verg.
Mark. VI : 5, 6) geven, een teeken.
(b) Zijne woorden, als validen Verwin-
naar van duivelen. Eensklaps doen zich
luide kreten van schrik en afgrijzen hooren
— eens menschen stem, maar niet de kreet
van den man zelf— het is de booze geest
in hem (die altijd in hem woont, hoe
verschrikkelijk! erger dan krankzinnigheid)
en deze roept. Waarom? — «Ik ken U »
(verg. Jak. H ; 19). De « onreine » geest
haat den Heiligen Geest van God (verg.
Ps. XVI : 10; Dan. IX : 24; Hand. Hl: 14)
en vreest Hem. — Waarom? 1 Joh. Hl:8.
Hoor de woorden van Christus — niet
tot den armen man, — met dezen heeft
Hij medelijden — maar tot den boozen
geest. Geen woorden van liefde — de
duivelen zijn hevige en onverzoenlijke
vijanden van God en den mensch —
tusschen hen en Jezus kan er alleen
nvijandschap» (Gen. III : 15) zijn — Hij
wil hen zelfs niet als ftond^renoo^en hebben
om te betuigen wie Hij is — «Zwijg stil»
(verg. vers 34, Hoofdst. IH : 12; Hand.
XVI : 17, 18). Merk twee zaken in Zijne
woorden op; gezag — de «Heer van alles»
heeft het recht te bevelen; macht — Hij
kan hen tot gehoorzaamheid dwingen',
Zie Luk. IV : 36.
Zie nu den armen man — hij valt neder
in het midden der verzamelde menigte,
ten prooi aan de hevigste stuiptrekkingen;
maar — hij staat op, hersteld en bedaard;
meester van zichzelf! Hier is «vrijheid
voor de gevangenen»! Stel u voor hoe
overal het nieuws verspreid werd door de
naar huis keerende menschen.
II. De werken van Jezus. {Lees
vers 29—34).
Een machtwerk hebben wij juist gezien.
Laat ons nu met Jezus gaan — naar
wiens huis? Waarom is Petrus in droef-
heid? Tot welken dokter wendt hij zich?
(Luk. IV : 28). Zie Jezus aan het ziek-
bed — waartegen spreekt Hij? Wat raakt
Hij aan? De koorts is weg, evenals de
booze geest! Maar blijft de vrouw zwak,
evenals anderen na een aanval van koorts?
— In het geheel niet — zoo sterk als ooit
te voren, bedient zij den Sabbatmaaltijd.
Het is avond — de zon is juist onder-
gegaan. Zie op straat — zij is vervuld met
zieken en gebrekkigen; hier een kreupele
op krukken, daar een blinde, die naar
den weg tast — hier menschen, die een
stervende op eene draagbaar vervoeren —
nog een, en nog een — al de zieken uit
de stad! Waarom zijn zij gekomen? Zij
hebben gehoord wat er des morgens in
de synagoge is gebeurd — zij hebben ver-
langd naar zonsondergang, om (zonder den
Sabbat te breken) naar den wonderbaren
man in Simeon's huis te gaan. Allen worden
genezen — geen enkele gaat ziek of ge-
brekkig naar huis.
Denkt gij, dat het zulk een gemakkelijke
en eenvoudige zaak was voor Jezus om
al deze dingen te doen? geen moeite?
alles met een enkel woord gedaan? Zie
Matth. VHI : 17 — welke plechtige
woorden! Dus het kostte Jezus wel iets
om het te doen — hoe? (a) Aangenaam
om het lijden te verlichten, toch pijnlijk
om het te zien (zelfzuchtige menschen
willen dit ook niet — zij zenden liever
geld, opdat anderen het geven); wie ge-
voelt deze smart het meest? Is het niet
de onzelfzuchtigste mensch? Wat moet
Jezus dan wel gevoeld hebben? (Verg.
Mark. VII : 34). (b) Maar er was nog veel
meer, dat Hem smartte — Hij gevoelde,
dat de zonde van alles de oorzaak was —
en Hij kwam om de zonde (ofschoon Hij
ze haatte) te dragen — zoo heeft Hij ook