Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
100
XXI. EEN SABBAT TE KAPERNAUM.
zoekingen van het meer — van de wateren
zoowel als de oevers — hem tot een
zeer groote autoriteit maken, pleit bijna
beslissend voor Khan Minyeh; en Dr.
Tristram, die eene verschillende en derde
meening was toegedaan, heeft zich door
zijne redeneeringen laten overtuigen. Deze
rusten voornamelijk op hetgeen de Evan-
geliën van de reizen van Christus en Zijne
discipelen mededeelen. Hij is ook van
meening, dat er twee Bethsaïda's waren,
en wijst als ligging van het Galileesche
Bethsaïda Tabiga aan, op slechts eene
halve mijl afstands van Kapernaüm.
Sommigen veronderstellen, dat Genne-
saret in den krater van een uitgedoofden
vulkaan ligt, en de zware basaltachtige
rotsen te Teil Hum pleiten voor deze
meening. Volgens de beschrijvingen is de
diepe en schoone baai te Tabiga warm
door het heete water der beekjes, die er
van de rotsen in uitvloeien, en krioelt
zij van de duizenden visschen beneden
hare oppervlakte, en de zwermen eenden
en meeuwen er boven. Er is overvloed
van visch in het meer, en zonder twijfel
werd in vroeger tijd de vischvangst op een
groote schaal uitgeoefend; maar er zijn
nu slechts drie visschersvaartuigen, daar
de belasting op booten zwaar is.
Andere bijzonderheden omtrent het meer
en de plaatsen, die er aan liggen, zullen,
naar gelang zij noodig zijn, in latere Lessen
gegeven worden.
Les XXI. — Een Sal)l)at te Kapernaüin.
dKrachtig in werken en woorden».
Te lezen — Mark, I : 21—35; {verg, Matth. VIII : 14—17; Luk. IV : 31-44).
Te leeren — Matth. IV : 23, 24; Hebr. XIH : 8. (Gez. 47 : 2).
Voor den Onderwijzer.
Men beschouwe het onderwerp van deze Les niet alleen als een belangrijk
alleenstaand verhaal, maar ook als eene proeve van het geregelde werk van onzen
Heer gedurende Zijn verblijf in Galilea. De onderwijzer trachte er een denk-
beeld van te geven, hoe Hij zonder ophouden in woorden en werken bewijzen
gaf van Zijne liefde, hoe Hij Galilea doorreisde en overal zegeningen neer deed
dalen.
Met het oog hierop zijn de twee hoofdpunten, voor de toepassing aangegeven
van algemeenen aard. De toestand en de behoeften van den zondigen meni^ch,
zooals die in de verschillende gevallen, welke onder Jezus' genezende macht
kwamen, zijn afgespiegeld, zullen in vele der latere Lessen voorkomen. Hier
moeten de gedachten zich echter bepalen tot den Heer zelf, te gelijk als ons
Voorbeeld en als onze eeuwige Geneesmee.ster. De woorden van de tweede
toepassing zijn gekozen met het oog op de zinnebeeldige beteekenis van de
koorts, enz., tot handleiding voor den onderwijzer, zoo het noodig mocht blijken;
maar er zal waarschijnlijk geen tijd zijn om deze figuurlijke taal te verklaren,
en er moet vooral geen gebruik van gemaakt worden zonder uitlegging. Om
dezelfde reden zal het beter zijn om eene uitvoerige behandeling van bezeten-
heid tot Les XXXVII uit te stellen, ofschoon er nu reeds eene aanteekening
over dit onderwerp gegeven is.