Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
XX. DE KOEPÏNG DER VISSCHERS.
95
De onderwijzer zal door de toepassing veel meer kunnen uitwerken, indien
hij de verschillende omstandigheden en karakters zijner leerlingen kent — de
werkelijke hinderpalen weet op te noemen, die er tusschen hen en Christus
staan. Hij zorge er voor die zaken te vermelden, welke verlaten moeten
worden; het zou onverstandig zijn van «j^e/d» te spreken tegen een jongen,
die thuis niets anders ziet dan een zwoegen om «de tering naar de nering te
zetten»; en hij vermijde altijd algemeene uitdrukkingen, zooals cc de wereld».
Bunyan's man met de vuilnishark is eene voorbeeld, dat zeer goed te
gebruiken is, of dat yan den wedlooper, in Hebr. XII: i. Of wel dit—«Wat
zoudt gij denken van een jongen, die een steen niet wilde loslaten om een
tientje op te rapen?
Schets van de Les.
? Het oppervlak der zee is altijd lager
het land — het water vloeit altijd
I. Het Meer.
Waarom stroomt eene rivier naar de
zee
dan
naar beneden, nooit naar boven, totdat
het in de zee livall-». Er is eene plaats
op aarde waar water is — meren en eene
rivier — ver beneden de oppervlakte der
zee, maar door land ingesloten. Indiener
een kanaal gegraven werd van de zee naar
die wateren, zouden zij niet in de zee
afvloeien — de zee zoude er heenstroomen,
en het diepe dal, waarin zij liggen, vullen.
Het is het laagste land van de wereld.
Deze wonderbare streek is het dal van
den Jordaan, — die wateren zijn het meer
van Gennesaret, de Jordaan, de Doode
Zee {Zie Aanhangsel VI, blz. 89).
Indien er drie kerken, hooger dan de
Utrechtsche Dom boven op elkander waren
gebouwd dicht bij de Doode Zee, dan
zou de top nog niet zoo hoog komen als
de oppervlakte van de zee daarbuiten (Mid-
dellandsche Zee).
Laat ons heden afdalen naar het meer
van Gennesareth. Au is het eenzaam, ver-
laten. In de dagen van het Evangelie
vroolijk en levendig — steden en dorpen
■er omheen; een druk verkeer van men-
schen; meest allen Joden, maar ook vele
vreemdelingen — Romeinsche soldaten,
Grieksche kooplieden, scharen van genot-
zoekers; het paleis van Herodes in zijne
groote, nieuwe stad Tiberias(Zie Les VIII).
Veel ellende was er ook, blinden, lammen,
melaatschen, bezetenen; en veel zonde,
winstbejag, oproerigheid, enz.; huichelach-
tige Farizern, die zich niet om de armen,
alleen om zich zeiven bekommerden {Zie
Aanhangsel IV, blz. 80).
Deze streek koos Jezus, om er te wonen
en te arbeiden. De trotsche oversten
te Jeruzalem willen Hem niet hebben;
Zijn eigen stadgenooten te Nazareth wil-
len Hem niet hebben {zie Les XIX). Nu
komt hij hier. Zie, wat de profeet van God
700 jaar vroeger voorspeld had, Jes. IX :
1, 2; Matth. IV : 13—17 {Zie Aant. 2).
II. De Visschers.
In het meer zijn groote hoeveelheden
visch — velen voorzagen in hun levens-
onderhoud door de vischvangst — hadden
booten, netten, enz. Zij moesten hard
werken — den geheelen nacht buiten —
dikwijls vingen zij niets — gevaarlijke
stormen {Zie Aant. 4, 5 en Aanhangsel
VJ, blz. 89).
Twee visschers, .Jona en Zebedeüs. Elk
had twee zonen — Simon en Andreas,
Jakobus en Johannes. Waar wonen zij?
Zie Joh. 1: 4i. Toen er groote opgewonden-
heid in het land was wegens Johannes