Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
XIX. AANHANGSEL OVER DE TIJDREKENING VAX DEN ARBEID IN GALILEA. 93
die niet vermeld zijn; en waarschijnlijk
was er tusschen groep II en III, lil en
IV, IV en V, VU en VIH, een belangrijk
tijdsverloop, waarvan in de evangeliever-
halen niets te vinden is.
Elke groep (behalve de twee kleinere
IV en Vil) bevat voorvallen, die in nauw
verband tot elkander staan door duidelijke
uitspraken in een of meerdere der Evan-
geliën. Een moeielijkheid ligt in de rang-
schikking der groepen zelve. Dikwijls wordt
groep H (beh. afdeeling 6) en groep IV tus-
schen V en VI geplaatst, hetgeen de volgorde
van Markus onveranderd laat, maar die van
Lukas bijna geheel juist teruggeeft, en
met die van Mattheus in het geheel geen
rekening houdt. Maar wat aangaat groep
II, wordt in deze methode, om de volg-
orde van Lukas te behouden, het Genezen
van den Melaatsche afgescheiden van de
Bergrede, met welke Mattheus het zoo
duidelijk verbindt; en de Rede zelve is
zoo klaarblijkelijk de eerste van Jezus'
groote toespraken tot de verzamelde scha-
ren, dat zij na groep V komende, geheel
uit haar verband schijnt te zijn gerukt.
Bovendien schijnen V en VI in Mattheus en
Markus in nauwe betrekking tot elkander
te staan.
Een belangrijk en uiterst moeilijk vraag-
stuk is, waar het bezoek te Jeruzalem inJoh.
V geplaatst moet worden — (eene quaestie,
die geheel onafhankelijk is van die andere
vraag, op welk feestdaav gezinspeeld wordt).
Sommigen meenen, dat het vóór de predi-
king in Galilea plaats had; anderen scliikken
het hier of daar onder de voorvallen van
die prediking. In de hier gegeven tabel
heeft het een bepaalde plaats, niet op
enkel chronologische, maar op veel dieper
gronden, waarvan de uitlegging den sleutel
voor deze geheele rangschikking zal geven.
Wanneer wij de gedeelten der Schrift
in Groep I tot IH met zorg bestudeeren,
zullen wij zien dat, gedurende het tijdperk
hetwelk zij beschrijven, Jezus' prediking
bijna onafgebroken den grootsten opgang
maakte. De eenige tegenstand tegen Hem
in deze gedeelten vermeld, is te vinden
in de afdeelingen 9 en 14, en deze tegen-
stand draagt een betrekkelijk kalm karakter.
Gaan wij nu over tot de geschiedenissen,
in Groep V tot VIII vervat, dan merken
wij op, hoe er gedurig melding wordt ge-
maakt van vijandschap en vervolging. Het
begint met het geschil over den Sabbath,
hetwelk onmiddelijk gevolgd wordt door
eene samenzwering, om Jezus ter dood te
brengen (Matth. XII : 14; Mark. III : 6).
Tusschen deze twee groote afdeelingen
van de prediking in Galilea schijnt nu de
reis naar Jeruzalem, in .loh V, te staan,,
bij welke gelegenheid de Joden aldaar
Jezus zochten te dooden, gedeeltelijk op
grond van Sabbatsschennis. Wat ligt meer
voor de hand, dan dat er toen menschen
naar Galilea weiden afgezonden, om vijand-
schap tegen Hem te verwekken, hetgeen
den veranderden stand van zaken, zoo-
even door ons opgemerkt, ten gevolge had.
Indien deze opvatting juist is, werpt zij.
een helder licht op de geheele geschiedenis,
en de voorvallen zelve toonen aan, hoe
onredelijk het is om Groep II na Groep V
te plaatsen.
De plaatsing van Groep IV moet nog
opgehelderd worden. Haar werkelijke stand
in de tijdsorde is geheel en al onzeker,
maar er schijnt eenig verband te zijn
tusschen de gebeurtenissen m Joh. V en
de boodschap van den Dooper, hetgeen
in de Lessen over deze onderwerpen toe-
gelicht zal worden. Vandaar de plaats voor
afdeeling 15 gekozen, welke van zelve
door It) en 17 gevolgd wordt.
Over twee andere punten in de tabel
is het noodig nog een woord te spreken.
(1). De eenige omzetting in het verhaal
van Markus is die van Hoofdst. V : 21—43
(afdeeling 12). Ofschoon zoowel Markus
als Lukas het opwekken der dochter van
Jaïrus na den terugkeer uitGadara plaatsen,,
geven zij geen bepaald verband tusschen
de twee gebeurtenissen aan, en het ver-
slag van Mattheus (IX : 18) van wat in
zijn eigen huis plaats greep, moet als be-
slissend beschouwd worden. (2) De voor-
naamste omzetting van het verhaal van
Mattheus is die van Hoofdstuk VIII : 23,
IX : 1 (afdeelingen 25, 26). In dit geval
wordt door Markus (IV : 35) een kleine
tijdsbepaling gegeven, waardoor hij duide-
lijk vaststelt, dat de reis naar Gadara den
dag besloot, op welken Hij door zoovele
gelijkenissen leerde (verg. Luk. VIH).
In de gegeven tabel is geene poging
gewaagd om, afgescheiden van de betrek-
kelijke tijdsorde, ook de werkelijke te be-
palen, d. w. z. de tijden van het jaar
vast te stellen, waarin de verschillende
gebeurtenissen voorvielen. Eén ding is
zeker, nl. dat de prediking in Galilea ein-