Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
XIX. AANHANGSEL OVER DE TIJDREKENING VAX DEN ARBEID IN GALILEA. 91
in Galilea samen te stellen. En behalve de
schijnbaar onoverkomelijke moeielijkheden
om het te doen, zijn er twee redenen,
waarom wij geen goeden uitslag op onze
pogingen mogen verwachten.
(1) De wonderen, gesprekken, reizen,
enz., welke vermeld worden, moeten slechts
een zeer klein aantal vormen, vergeleken
bij die, welke werkelijk hebben plaats
gehad. Dit blijkt uit het feit, dat Jezus'
prediking in Galilea (van de roeping van
Petrus enz. tot de toespraak te Kaper-
naüm van Joh. VI), door bijna alle bijbel-
uitleggers geacht wordt twaalf of vijftien
maanden te hebben geduurd, terwijl de
helft der plaatsruimte, welke elk der Evan-
gelisten er aan geeft, ingenomen wordt
door de gebeurtenissen van slechts drie
dagen.
(2) Geen der Evangelisten wenschte, of
gaf voor een levensgeschiedenis van Chris-
tus te schrijven. De Evangeliën gelijken
meer op de hedendaagsche « lezingen »
over het leven van een of ander groot
man; in grove trekken wordt in het alge-
meen de historische volgorde in acht ge-
nomen, maar verscheidene tijdperken in
zijn loopbaan blijven onbehandeld, terwijl
meer in het bijzonder wordt stilgestaan
bij die episodes, welke zijn karakter in
een duidelijker licht stellen en een alge-
meen denkbeeld van het doel zijns levens
geven; dikwijls gebeurt het ook, dat, met
hetzelfde doel voor oogen, eenige voor-
vallen te zamen worden genomen, zonder
juiste inachtneming van de tijdsorde. Zulk
eene lezing beantwoordt veel beter aan
haar doel dan de nauwkeurigste tijdreken-
kundige tabel.
Tevens doet men het best, daar het
noodig is in een doorgaande reeks van
Lessen de eene of andere volgorde aan
te nemen, aan diegene de voorkeur te
geven, welke, op goede gronden, de evan-
gelieverhalen tot het beste geheel maakt.
Terwijl dit uitgewerkt wordt, moet men
het volgende in het oog houden:
(1) Wanneer Lukas, in zijne inleiding,
zegt, dat hij het verhaal urn orde» stelde,
beteekent dit niet (zooals dikwijls beweerd
is) dat hij op de juiste tijdsorde lette. De
uitdrukking heeft eerder betrekking op
eene moreele of logische volgorde. Zeker
is het, dat in zijn verhaal minder samen-
hang is dan in dat van Mattheus of Markus,,
daar er gewoonlijk geen verbindingswoor-
den zijn tusschen de voorvallen, die hij.
mededeelt (zie V : 4, 12, 17, VI : 12,
VII : 36, VIII : 4). Op sommige plaatsen,
zelfs waar de volgorde, die hij aanneemt,
juist is, kunnen wij dit eerst opmaken
uit de andere Evangeliën (verg. VT : 6
! met Matth. XII : 9; VIII : 22 met Mark.
! IV : 35).
(2) Mattheus geeft veel meer aanwijzin-
^ gen omtrent de volgorde (zie V:l, VIII:
I 1, 2; IX : 9, 18, 27, 32; XII : 9, 22;.
1 XIII ; 1). En daar hij een ooggetuige was
, van de meeste gebeurtenissen, die hij
: verhaalt, is het te verwachten, dat, of-
schoon hij ze niet opzettelijk chronologisch
rangschikte, zij in zijn verhaal meer van
: zelf in hare juiste volgorde zoude komen
I te staan, dan in een verhaal dat door een
; schrijver was samengesteld (zooals Lukas
dit deed), die al zijne inlichtingen van
anderen kreeg. Het is waar. dat de feiten
i van Mattheus hier en daar gegroepeerd
zijn zonder inachtneming der tijdsorde
(b.v. behandelen vers 22—34 van hoofdst.
VHI, iels dat veel later plaats greep); maar
dit schijnt toch niet in zoo sterke mate
j het geval te zijn, als wel beweerd wordt.
(3) Daar Mattheus en Lukas een onder-
ling geheel verschillende rangschikking
hebben, vraagt men van zelf met wien
I van de twee Markus overeenstemt. Vele
schrijvers nemen aan dat zijne volg(jrde
die van Lukas bevestigt: toch wordt in
de onderstaande tabel, ofschoon Mattheus
op verscheidene plaatsen wordt gevolgd,
waar hij van Lukas verschilt, de orde van
, Markus met een enkele uitzondering van
het begin tot het eind volgehouden. De
eigenlijke quaestie, die moet worden beslist,
is, waar moeten, in de tusschenruimten
van Markus' verhaal, die voorvallen ge-
plaatst worden, welke alleen Mattheus en
Lukas vermelden, of ook wel één van de
twee.
De rangschikking der gebeurtenissen in
acht groepen zal van zeer veel nut blijken
te zijn voor het rechte begrip van het
vraagstuk.