Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
88
XIX, DE VERWERPING TE NAZARETH. 88
Aanteekeningen.
1. Altord en anderen meenen, dat dit
bezoek te Nazareth in de chronologische
volgorde later moest komen — daarLukas
de tijdsopvolging niet in acht neemt; (1)
omdat zij rekenen dat dit hetzelfde bezoek
is, dal door Mattheus (XIII : 54, 58) en
Markus (VI : 1—6) vermeld wordt; (2)
om de toespeling in vers 23, op hetgeen
ain Kapernaüm geschied was». Maar de
meeste uitleggers (waaronder Tischendorf,
Meyer, Wieseler) zijn het eens, dat er twee
bezoeken waren, niettegenstaande de op-
merkelijke gelijkheid der verhalen; en dit
schijnt voldoende bewezen te worden door
het enkele feit, dat Markus (VI : 5) van
wonderen spreekt, die verricht werden,
hetgeen niet het geval had kunnen zijn
bij de gelegenheid, door Lukas vermeld,
daar de woorden in vers 23 de mogelijk-
heid buiten sluiten, dat zij gedaan waren
éérdat deze uitgesproken werden, en men
kan onmogelijk aannemen dat zij kwamen
na de verwerping. Wat «in Kapernaüm
geschied» was, was waarschijnlijk de ge-
nezing van den zoon des hovelings (die
daar ziek lag, ofschoon Jezus te Kana
was). Verder geven vers 31—44 (en Mark.
4 : 21—39) klaarblijkelijk een verslag van
het begin der prediking te Kapernaüm,
en vers 31 sluit in zich, dat Jezus daar-
heen ging van uit Nazareth, waarmede
Matth. IV : 13 overeenstemt. («En Nazareth
verlaten hebbende, is komen wonen te
Kapernaüm).
2. Synagogen. Dit is een Grieksch
woord, dat vergaderingen beteekent. Even-
als ons woord • kerk» duidde het oorspron-
kelijk de menigte aan, die kwam aan-
bidden (verg. Joh. IX : 22; Hand. IX: 2),
maar na verloop van tijd werd het toe-
g:epast op het gebouw, waarin zij te zamen
kwam. Synagogen ontstonden denkelijk
gedurende de ballingschap, toen de tem-
peldienst geschorst werd, of zelfs daar-
vóór (^Ps. LXXIV : 8). Daarna verre-
zen zij overal, en waren van grooten
invloed op het aankweeken van het gods-
dienstig gevoel bij het volk. Zij stonden
gewoonlijk op de hoogste plek in of bij
de stad, en waren met den éenen kant
naar Jeruzalem gebouwd, aan welk einde
de ark of kist stond, die de boeken der
Wet enz. bevatte, en de «voorgestoelten»
te vinden waren, die zoo ijverig gezocht
werden (Matth. XXHI : 0; Jak. II : 2,3).
De Katheder stond midden op een ver-
hoogd platform.
De «overste der Synagoge» was de
voornaamste Rabbi der plaats. Jaïrus be-
kleedde dit ambt te Kapernaüm (Luk.
VIII : 41) en Crispus te Corinthe (Hand.
XVHI : 8). Zijne waardigheid had veel
overeenkomst met die van een bisschop,
zooals Paulus ons dezen voorstelt.
De dienst bestond uit gebeden, die door
den «overste» werden voorgelezen, terwijl
het volk stond (Mark. XI: 25; Luk. XVHI:
11) en «Amen» antwoordde, het zingen
van Psalmen, het lezen eerst van de Wet,
! daarna van de profeten, en de «.derash»
j of «woord van vertroosting» (Hand. XIH:
15). Een ieder kon de boeken der profeten
lezen; er was dus geen reden, waarom
Jezus het niet zou doen. De voorlezer
stond; de prediker zat (Verg. Matth. V :
1; Mark. IV : 1).
[ De synagoge werd ook als gerechtshof
gebruikt (Luk. XII : 11. XXI: 12) en zelfs
1 als eene strafplaats (Matth. X : 17; Mark.
: XIH : 9).
3. Het « boek » « open » en « toedoen »
beteekent natuurlijk de rol ontrollen en
oprollen. Elk der boeken (of vereeniging
van boeken) van het Oude Testament
besloeg eene rol; aan Jezus werd dus de
rol van de profetieen van Jesaja overhan-
I digd. Waarschijnlijk was de, voor dien dag
i aangewezen, tekst juist uit Jesaja; maar
■ aan de berekening van Bengel, die den
dag van het jaar trachtte te bepalen, door
te zien wanneer Hoofdst. LXI in den Rab-
bijnschen kalender voorkwam, is geen
gewicht te hechten. Het is waarschijnlijker,
i dat Jezus zelf juist dit gedeelte met opzet
uitkoos.
De tekst, zooals die door Lukas gegeven
wordt, komt in hoofdzaak overeen met
de vertaling der Zeventigen van Jes. LXl;
I 1, 2; maar ééne zinsnede is weggfelaten
: en eenige woorden uit Jesaja LVIH : 6
' in de plaats daarvan ingelascfit. De reden
waarom de Heer de laatste woorden van
de zin («de dag der wraak») wegliet, was
i misschien, om het onder het volk verspreide
denkbeeld van eene tijdelijke herstelling
geen voedsel te geven.
4. Het spreekwoord, door den Heer aan-
gehaald: «Medicijnmeester, genees u zei-