Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
86
XIX, DE VERWERPING TE NAZARETH. 86
— sinds Hij daar het laatst was, heeft
Hij wonderbare dingen gedaan. — Zie,
hoe Hij ontvangen wordt.
I. De «zoon des timmermans»
in Zijn eigen stad {Lees vers 16—20).
Het is Sabbath — de menschen komen
bijeen in de Synagoge (zooals nu in de
kerk) voor den dienst en het onderwijs
van den Sabbath — vol verlangen gaan
zij er nu heen — zij verwachten iemand
te zien, die er jarenlang geregeld kwam,
maar in den laatsten tijd afsvezig is ge-
weest — de zoon der weduwe van Jozef
den timmerman — op wien niemand ooit
iets aan te merken had gehad — die zoo
goed was — te goed om allen te behagen.
Waarom verlangden zij Hem te zien?
Zij hebben vreemde berichten gehoord
van wat Hij te Jeruzalem, te Kana, enz.,
gedaan heeft — van Zijne openbare pre-
diking en Zijne discipelen, enz. De synagoge
is vol — Hij is daar — ziet er niet anders
uit — niet gekleed als de oude profeten
of de strenge boetprediker, die aan den
Jordaan doopte. De dienst gaat voort —
zoo aanstonds moet dc tekst van den dag
gelezen worden — Hij staat op, alsof Hij
inderdaad een Schriftgeleerde was — neemt
de rol, die Hem gegeven wordt — de rol
van de profetién van Jesaja — leest eene
schoone belofte van God (Jes. LXI —
woorden, die zij goed kennen) voor — zit
dan neder, om in hetzelfde gebouw te pre-
diken , waar Hij zoo dikwijls had zitten
luisteren — aller oogen zijn op Hem.
n. Waarop de «Zoon des tim-
mermans» aanspraak maakt.
Zie den tekst (vers 18,19) en den eersten
zin (vers 21) van Zijne prediking — wij
hebben niet meer (« Hij begon tot hen te
zeggen»), maar hoeveel beteekenis ligt
hierin! en hoe gepast! Stel u voor,welke
soort menschen daar zitten — de gewone
bevolking van eene kleine stad. De meesten
van hen ft arm », dag aan dag zwoegend
onder hun werk. Sommigen «gebroken
van harte» door moeite of verdriet —
sommigen «gevangen», door de ondeugden
die hen overmeesteren — sommigen «blind»
(óf letterlijk öf in den zin van onwetend).
Geen postbode brengt hun goede tijding
maar de tekst wel {«Evangelie» — blijde
boodschap). God belooft een «Jubeljaar»
{zie Aant. 3) — een tijd. waarin men
van de ergste slavernij verlost zal zijn
(Joh. IV : 34), eene «erfenis» zal herwinnen,
die «onverderfelijk» is (1 Petr. 1 : 4), enz.
Maar wie zal al die dingen brengen?
Een door den Heiligen Geest «Gezalfden —
de a Messias» — van wien Jesaja zoovee)
geschreven heeft. En wanneer? Wat zegt
Jezus tot hen (vers 21)? JVu.' «heden
dan bedoelt Hij, dat Hij de Messias is.
III. De «Zoon des timmermans»
verworpen {Lees vers 22-30).
Zie nu wat de Nazareners van dit alles
denken. Zijne woorden behagen hun —
zij verschillen zoo van wat de Schriftge-
leerden gewoonlijk spreken — geen strenge
regels, welke niemand kan houden —
«woorden van genade» {de letterlijke
beteekenis) — en Hij (dit weten zij wel)
is niet een geleerde. Zij worden eerst
bekoord. Maar zie — de uitdrukking van
hun gelaat verandert, —een gefluister —
murmereering — «Wat! Äy.'dien wij zijn
geheele leven gekend hebben, de zoon van
Jozef den timmerman — hij maakt zich
zeiven den Messias Gods! »
Jezus houdt op — Hij kent al hunne
gedachten — zie wat Hij zegt, vers 23—27.
«Het is slechts wat Hij verwacht had
{voorwaxir) — wat altijd het geval is
(«geen profeet», enz.) — maar dat zij
zich in acht nemen — groote zegeningen
kunnen zij verliezen. Zijn zij afgunstig,
omdat Zijne werken (genezen van zieken,
enz.) niet eerst daar gedaan waren (vers