Boekgegevens
Titel: Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Deel: II: Nieuwe Testament
Auteur: Stock, Eugene
Uitgave: Rotterdam: D.A. Daamen, 1899
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1149
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206458
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lessen voor de zondagschool over het Oude en Nieuwe Testament
Vorige scan Volgende scanScanned page
80
XVIII. DE KONINKLIJKE HOVELING VAN KAPERN AUM.
minder belangrijk schijnen dan datgene, hetwelk hier aangegeven is, en een
oppervlakkig lezer zoude kunnen denken, dat het in het geheel geene stof
tot vertellen aanbood. Maar het onderwerp is bijzonder aantrekkelijk, wanneer
wij een wemig dieper doordringen, vooral bij punten als het woord «hoveling»
dat als het ware, de geschiedenis van den man openlegt (zie Aant. 3 en eerste
afdeeüng van de Schets), of de omstandigheden, welke men kan afleiden uit
de vermelding van het uur, waarop het wonder verricht werd, vergeleken
met de ligging van Kana en Kapernaüm ten opzichte van elkander (zie Aant.
4 en tweede atdeeling van de Schets). Deze punten van de Les zullen alle
klassen van leerlingen met belangstelling volgen, en de onderwijzers zullen
de gelegenheid hebben om blijken te geven van hun talent in het beschi'ijven,
zonder te diepzinnig het eigenlijke onderwerp, den wasdom van het geloof, te
behandelen.
Dit onderwerp echter is van groot belang. Zondagschoolonderwijzers zijn al
te veel gewoon om theologische termen te gebruiken, die voor hunne leerlingen
geen bepaalde beteekenis hebben. Tot bewijzen hiervan kan men vooral
rekenen de gedurige herhaling van de woorden «geloof» en «gelooven». Toch
zal elk onderwijzer, die nadenkt, weten, dat, indien een zijner leerlingen hem
vroeg naar de werkelijke beteekenis van «gelooven in Christus», hij moeielijk
een goed antwoord zou weten te geven. Misschien zal hetgeen in de Schets
is aangegeven, hem hierin behulpzaam zijn.
Voor jongere kinderen is er een gemakkelijker en even nuttige toepa.ssing
aangegeven door de omstandigheid (aan het einde van de eerste afdeeling ver-
meld — en zie Aant. 6), dat dit wonder en dat te Kana vertegenwoordigers
zijn van de twee soorten van wonderwerken, die door den Heer gedaan zijn,
en waardoor wij dan tevens herinnerd worden aan Zijne allesomvattende liefde
en macht.
Schets van de Les.
Hoe dikwijls hebben wij over geloof
gesproken! Wie begrijpt wat het is? —
velen niet — Iaat ons het vandaag be-
spreken.
In de vorige zes lessen hebben wij velen
gezien, die in Christus geloofden; maar
vele onderscheidene soorten van geloof.
Zie hoofdst. H : 22, 23 — eene soort; in
hoofdst. III : 2 (verg. vers 12) — weder
eene andere soort; twee soorten in hoofdst.
1:42, 50, verg. met 11:11. Heden zullen
wij een beeld van het geloof in zijn eerste
begin en toenemenden wasdom zien —
evenals een eikel, die een eik wordt; een
man, die eerst ternauwernood, eindelijk
met'zijn geheele hart gelooft.
De Romeinsche stadhouder Pilatus re-
geerde alleen in Judea. Over Galilea en
Perea (het Overjordaansche) heerschte een
van de zonen van Koning Herodes, Herodes
Antipas genaamd, zie Luk. Ill : 1. In
zijn paleis waren vele hovelingen, edelen,
officieren — een kring van wufte menschen
(verg. Mark. VI : 21) — geheel overge-
geven aan hofzaken en genoegens — geene
gedachte aan Gods beloften — zouden zij
zich bekommeren om een nieuwen profeet ?
Toch kenden zij Johannes den Dooper —