Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( io<5 )
jïEUMAN, van een ei, dat twee oneen gewigts had,
de fchaal ^ Lood en 4 Greinen,
het wit — en 47 -
en de dojer 1 —en 9 - woog (»).
Het eenige dat de Eijeren tot gebruik ongefchikt
maakt, is het bederfen dit is tweederlei, of door-
dien zij te lang bewaard zijn , en op ééne punt ge«
liaan hebben , of een kuiken bevatten, en dit is geraak"
kelijk te onderkennen, om dat vuile eijeren, van wege
de meer ontwikkelde lucht die zij bevatten, op het
water drijven, en versch zynde in het zelve zinken.
Een versch ei drijft, daarentegen, op fterke pekel. Dit
maakt eene huishoudkundige proef uit, die men aan-
wendt , als men den winter-voorraad wil verzorgen,
en aan eene zoo beproefde pekel kan die veilig toever-
trouwd worden. Ook is het ei goed en versch , wan-
neer het met de tong getoetst zijnde , aan de eene
punt warm en aan de andere koud bevonden wordt;
terwijl , wanneer beide de zijden gelijk, dat is , of
warm of koud zijn, men het veilig als vuil veroordee-
len en wegwerpen kan.
Daar het lang bewaren van eijeren voor den winter,
voor velen van belang is, zijn de middelen daar toe
van een even groot gewigt. Om alzoo eijeren lang
goed, en zelfs den winter over te kunnen bewaren, is
het voldoende, derzelver fchaal geheel, maar ook ge-
heel en al, zonder iets over te (laan, met gewone lijn-
olie te befmeren , of de eijeren gedurende vierentwin-
tig uren daar in te laten liggen,waar door dc toevloed
van de buitenlucht volllrekt afgekeerd wordt; dezelve
als dan in zand, boekweitsdoppen of iets diergelijks^
of op een rek , te plaatfen; dezelve volllrekt alle weken
eens onderst boven te keeren, en voor dc vorst te be-
fchermen. Het eenmaal ter week te onderst boven kee-
ren der eijeren moet altijd gedaan worden, om het
doorzakken van den dojer te verhoeden, dat de eerste
aanleiding tot bederf geeft.
Eijeren, zoowel raauwe, als flap gekookte, of, zoo
als wij die gewoon zijn te noemen , jlobbereijeren,
vooral de dojer (f) , leveren eene X'eel voedende fpijze op,
de-
C*) Baldinger, Neues Magazin fur Artze. II. 309.
Ct) De dojer of het gele gedeelte van het ei, het welk
het grootfte deel van het voedfel, in het ei beüoten, om-
vat ^