Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
«p
1
r

C 58 )
Hollands zeebanket, de pekelharing, ont-
gaat nogtans deze berdiuldiging voor het grootfte ge-
deelte, vermits hij door alle Handen, en ten allen tii-
de, gegeten wordt, zonder nadeelige gevolgen te weeg
te brengen. Trouwens , het ontbindende zout maakt
den anders harde visch zacht, en,deszelfs openend ver-
mogen beveiligt den gebruiker voor alle gevreesde on-
heilen. Ook de Ansjovisch, hoezeer van een min al-
gemeen gebruik, kan ten dezen aanzien, daar mede,
in eene vergelijking komen.
De Labbei daan of de gezouten Kabheljaamv , zijnde
een dorre, zwaar te verterene,visch, die alleen gekookt
kan gegeten worden, is minder goed; althans van
DEN BOSCH getuigt, dat hij den genen, die aan val-
lende ziekten onderhevig zijn, niet zelden nieuwe aan-
vallen verwekt (*).
Vermits , nogtans , de Harfng- en Kabheljauw-visfcherij
voor ons vaderland eenen zoo aanmerkelijken tak van wel-
vaart daarftellen, zijn er, ten haren behoeve, door
's Lands overheids belangrijke keuren vastgefteid, die
in plaatfen, waar deze visfcherijen als hoofdneringen
gedreven worden," door beëedigde Keurmeesteren, al-
thans te Enkhuizen, ten llrengden worden waargeno-
men. Van dien kant is men dus veilig voor alle be-
drog, en men kan gerust zijn, dat hetgene openlijk,
als deugdzaam, verkocht wordt, zulks inderdaad is. Men
verbanne dus alle vrees voor fchadende gevolgen, welke
uit de ondeugdzaamheid van den Haring of Kabbeljauw,
«it bederf of kwade behandeling oorfpronktlijk, zou
kunnen ontftaan (f); in zoo verre men zich veilig (lel-
len kan voor de baatzucht van vervalfing, die na de
keuring, met overgehouden of bedorven visch kan ge-
pleegd worden, of voor hét bederf, dat door lekkagie,
verlies van pekel als ahderzins , kan voorkomen. Op
der.e punten vestige men dus eene genoegzame aandacht.
De ^^ulle Haring, dat is, die hom of kuit heeft,
is, ten allen tijde, voor de beste Pekelharing gebonden.
Üe Matjes Haring, die, in plaats van hom of knit,
een reuzel heeft, is even deugdzaam tot fpijze als de
volle Haring; fommige zelfs achten ze lekkerder. — De
ijle
Ziekten van ons Vaderland. Zie Verh. der Holl.
Maatfch. XVIII. 421.
Q) Zie §. 31. van het Plakaat van 't Uitvoerend BeMn'nd
Y der Bat. Republiek, op het vangen, enz. van den Haring.