Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( io<5 )
fels men die van onze zeeflranden ter markt brertgt, è^S
tusfchen den gefmoorden visch, die in het water geftof-
Ven is. De ecrfte, zoo hij versch en eerst des mor-
gens van den dag waarop hij gegeten w^ordt ^ buiten
hec water is geftorven, waartoe de zoo bekende krimp-
visch gebragt moet worden, verlchilt in deugdzaamheid.
Weinig van de, levende; maar de laatile is veel nieef
bedorven , zoo als men ligtelijk, door vergelijking, ont-'
dekk-en kan y aan de kenteekenen zoo even opgegeven;
Hoe verder echter het bederf is doorgedrongen, deS
te grooter is het nadeel. In 1801 heb ik 'bij eene
arme Jodin alhier die in den zomer van dat jaar, mee
haar talrijk huisgezin, veel doode ii:helvisch (die toeri
200 goedkoop was, dat men zoms van den eetbaar ge-
keurden, veertig voor anderhalve ftuiver kocht) gegeteri
liad, daar van eene zeer gevaarlijke koorts waargeno-
men, die dat ganfche huisgezin (vrouw en zeven kin»
deren) had aangetast, en met zeer ruime ontlastingen
van onverteerden Schelvisch vergezeld ging. — Ook is
de doode visch moeijelijker te verteren dan de leven-
de, daarom laten die genen, welke een zwaarder voed-
fel begeren 5 wel eens den visch, vooral Schelvisch'^
ftervcn, alvorens dien op te maken, om te koken , eri
hij verkrijgt inderdaad daardoor eene kaasachtige taai-
heid , die blijken genoeg van deszelfs meer moeijelijké
vertering draaL;t. Hoe wijs w^as daarom niet de iaftel-
ling onder Israël: ,, En wanneer van de dieren 0 die \i
5> tot (pijzen zlin, iets zal geftorven zijn , wie deszelfs
,, doode aas zal aangeroerd hebben, zal onrein zijni
55 tot aan den avond; ook die van hun dood aas zal
5, gegeten hebben, zal zijne klederen wasfchen en on-
3, rein zijn tot aan den avond (f)."
2. Lette men of de v'sch in zuiver ftroomena v/aier
gevangen zij. De zeevisch, die in ondiepe havens, eii
de zoetwater vi^ch, die in poelen en moerasfen gevan-
gen wordt (uitgezonderd de Paling, als welke dierge-
lijke plaatfen, bij voorkeur, bemint, cn daar in welig
tiert) is grondig , en van een' zeer onaangenameu
fmaak, waar van de Havenbot getuigenis draagt. Eeri
miiner vrienden ving, eenige jaren geleden, op eeii
nabij gelegen vischwater,in eenen diepen kuil, waar hi
C*) Te Enkhuizen.
Cf) licvit. XL 39 en 40,
seer
D é