Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 50 )

-/
toont, en die, naar het kanaal trekkende en onze zee-
gaten voorbij zwemmende, ten deele daar binnen valt;
200 is de eerfte Haring, die in den Nazomer aan de
Helder, Binnengaats, gevangen wordt, hoe zeer reeds
veel fijnder dan de Noordzee Haring, echter zeer veel
wreeder van visch dan die, welke naderhand meer
binnenwaarts gevangen, en, ^onder den naam van Pan-
haring aangebragt wordt.
De ligt-verteerbaarheid van den rivierviSchl, mogen wij
echter niet , dan onder zekere bepaling , toeftaan.
Zalm en Paling, bij voorbeeld, hoe zeer tot den ri-
vieryisch behoorende, zijn, om hunne vettigheid, zwaar-
der, dan bijna eenige zeevisch, althans dan dezulke,
die onze vaderlandl'che tafels verfieren, de Heilbot mis-
fchien uitgezonderd. Zelfs is de Paling, die in zoet
•water gevangen wordt, gewoonlijk vetter, dan die de
binnenzeeën opleveren; maar voor het overige, foort
bij foort vergelijkende, houdt de opgegevene regel:
zoetwater visch is zachter en ligter verteerbaar dan
zeevisch, allezins (leek , waar van,behalve de Haring,
de Schol, Tong, Garnaal en andere tot getuigen kun-
nen ftrekken.
De deugdzaamheid van den visch behoort door de
huishoudelijke bezorgder van onzen disch naauwkeurig
gade geflagen te worden, omdat hij, als voedfel be-
fchouvvd,tot de min noodzakelijke, mag gerekend wor-
'den, en daarom zeer misbaar is. Zij lette ten dien
einde op
1. Of de visch levende is. Deze is buiten tegen-
fpraak de beste en de voedzaamfte, en verdient, in dat
opzigt, ver de voorkeur boven de doode, zoowel
om de fmaak als om den gemakkelijke vertering, gelijk
de ondervinding iedereen zal kunnen overtuigen.
Ten aanzien van den dooden visch , die , althans wat
zeevisch aangaat, veel gegeten wordt door den min-
vermogenden , moet ik opmerken: dat de beginfelen
van bederf, waarin hij dadelijk, nadat hij gefmoord
is, deelt, en welke aan de oogen door het gemis
van helderheid, aan de kieuwen door de bleeke roode
kleur, aan den geheelen visch door eene buitengewone
flapheid te zitn , en aan de wammen zoo fpoedia: re
proeven is, een nadeel bedreigen, dat der gezondheid
fchaden kan. — Hier vindt nogtans een groot onder-
fcheid plaats tusfchen,den droog geltorven viich, zoo
als