Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 47 )
netjes aan de duimen der voorvoeten zwarte wratach»
tige uitwasfen , waar op derhalve behoort gelet ic
worden.
Men behoort, als men deze diertjes wil eten, daar
toe uit te kiezen, die wel gevoed, vet en vleezig zijn, ^
groen van kleur, met zwarte flippen geteekend, en die j
in zuiver helder water gevangen zijn
En zoo treden wij het ruime; veld
4. Der Visfchcn
in; deze leiden hare natuurlijke verdeeling in zout- eft
zoet-water-visfchen af, van de natuurlijke verblijfplaat- \
fen, waar in zij, volgens haren aart, leven.
Hier zullen wij het eerst ftilflaan bij
a. De verfche Visch,
na vooraf eenige algemeene aanmerkingen aangaande dea
visch en vischf^ijzen te hebben aangellipt. '
De Visch, van welken aart ook, is eene flappe flij-
merige fpijze, die weinig voedingskracht bezit, en
meer gegeten wordt om den fmaak te ftreelen, en om
het zout, waar mede hij gekookt wordt, en waar van
hij als het voermiddel kan befchouwd worden, dan wel
om daar uit voedfel te trekken.
Daar evenwel gehele volkeren bij visch alleen leven ,
en daar uit wel degelijk fchijnt te geblijken, dat hij
tot voedfel , ja tot een voldoend voedfel kan ver- %
ftrekken, zoo moet ik tot ftaving van mijn gezegde ^
doen opmerken, dat alle die volkeren als zwak en dom, *
ons door de reizigers , die dezelve bezocht hebben,be-
fchreven zijn, ten blijke dat derzelver voedfel, dat is : ,
de visch, in eenen geringen graad de opwekbaarheid van *
him geftel verhoogt, en dus wel is waar, in zoo
verre voor het leven voldoende mag gerekend worden,
om het zelve niet door gebrek te doen verliezen, maar
tevens , dat deze fpijze ontoereikend is, om die veer-
knchtigheid en fterkte aan hun geftel mede te deelen, j
die het bijzonder deel der vleeschetende volkeren uit- j
maakt, en te gelijk zoo luisterryk het voortreffelijke •
van den werkdadigen mensch ten toon fpreidt. ^ ]
Alhoewel dus den visch den naam van voedfel niet
ge- 'i j
O Buchoz, 1. c. 4 ^