Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
C )
fcoRAS, allen dierlijk voedfel fchiiwende, alleen vaii
kruiden cn ooft.
Zoodat de waarlieid, dat deze allen voor den mensch
een gezond voedfel opleveren, ook van achteren ge-»
Itaafd wordt.
Maar, hetgene aan dit alles het zegel der meest mo-'
gelijke zekerheid hecht, is, de ontwijfelbare uitfpraak
van den wijzen Schepper der Natuur, aan den tweeden
Vader van het Menschdom n oa c h , medegedeeld :,,
■„ 'wat zich roert, dat levendig is ,zï] u tot fpijze: ik
„ heb het u gtgcvm ,gelijk het groe?ie kruid(Gumïi
IX: 3.) zoowel als de fpijswetten, aan Israel gegeven^
(Levit. XI.) dit nader bevestigen (*).
Wanneer de Gefchiedenis verder aanwijst, na een meer
bepaald en meer gewijzigd onderzoek, welke Volkeren
vleesch , cn welke planten tot voedfel gebruikt hebben, zoo
fchijnt het ons toe, dat de noodzakelijkheid der vleesch-
fpijzen toeneemt, metde vermeerderde breedte; zoodat men
meer dierlijk voedlél fchijnt te behoeven , naar maie men
digter aan de polen grenst, terwijl onder de keerkringen
en den geheelen heeten aardgordel plaiuenvoedfcl, om
het daarin aanwezig verkoelend vermogen en bederfwe-
rend zuur , boven het tot rotting neigend vleesch,
door de bewoners, als door eene onwillekeurige aan-
drift gedreven, gekozen wordt. — X'anhitr dan, dat
ook
C*) Indien (bmmigen nog eene voortdurende verpligtiiig en
daar uit afgeleide waarde mogten blijven hechten asn dc be-
paling der Mozaïfche Spijswetten, en hetgene god zelf, als
de opperfte Wetgever van Israël, daarbij onrein verklaard en
alzoo verboden heeft, cn dit zouden willen aanvoeren te-
gen de betoogde algemeenheid der fpijzen, dat is, dat de
Mensch niet alleen een allesetend dier is, maar dat ook
alle foorten van voedfel voor hem gefchikt zijn en door hem
genoten mogen worden, dezulken herinnere ik, dat de Chris-
telijke Godsdienst, zoowel als dezelve de ontbinding van het
Joodfche Staatsbeftuur heeft tc weeg gebragt, Zoo ook aan
deze Wetten Cdie,zoowel uit een burgerlijk als uit een Gods-
dienstig oogpunt, moeten befchouwd worden) al derz-l ver ver-
bindende kracht ontnomen heeft; maar ik verwijze ben vooral
naar het gezigt van petrus, te Joppe, CHand. X: 9—16.)
tot de uitfpraak van paulus, (i 'I'ini- IV: 4.) meest bij-
zonder op het gezegde van onzen Zaligmaker: „ Hetgene teni
monde ingaat, verontreinigt d^n mensch niet," CMatth. XYi
B