Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 15 )
ÏII. Zullen wij aan
HET rijk der delfstoffen
«nzc overweging wijden; om daarna nog eenige oogcn-
bjikken, als eene laatlte afdeeling onzer befcliouwing,
IV. bij de Dranken te blijven llilllaau.
Maar leveren alle deze drie Natuurrijken voedfels op, wclr
ke de menscli, overeenkomstig zijnen natuurlijken aan-
leg en bïïftemming, gebruiken kan? en mag men alzoo
vrijelijk uit die allen kiezen, zonder dat men gevaar
loope om zijnen aanleg te verbasteren, of zijne gezond-
heid te beledigen? Deze vragen, die, bij de overweging
van het allezins bepaalde voedfel der overige fchepfe^
len, in tegcnilelling van dit geheel onbepaalde voor
den mensch, zoo hgtelijk. ontdaan, kunnen iet best be-
antwoord worden door het onderzoek : of dc mensch
van nature lot een 'alles etend dier bcßemd zij? dan of
hij, gelijk helvetius (*) heeft vastgefteld, tot een
alleen vleeschetend , of, gelijk rousseau wil (f)»
tot een alleen kruidetend dier gevormd zij ? De be-
flisfing van dat vraagftuk, hoe lang reeds h"y de Natuur-
kundigen betwist, zonder, voor als nog,zoo het fchijnt,
boven allen twijfel overtuigend bellist tc zijn ,is , echter,
naar mijn inzien, zoo onweerfprekelijk klaar, dat ik , ver-
mits het onderzoek hier van in eene dadelijke betrekking
ftaat tot ons onderwerp, en ik hetzelve niet mot (lil-
zwijgen kan voorbijgaan, hetzelve hier op den voor-
grond zal plaatfen, om het een weinig uiteen te zetten,
en daarbij eenige der meest bepalende bewij ;en opfommea,
die den mensch voor een alleseteiid dier verklaren.
1. Indien men uit de keus der voedfels , die elke dieren-
foort, overeenkomllig zijne behoeften, ingefchapen is,
tot derzelver aard mag biduiten fen waar vindt men
veiliger rigtfnoer?) zoo is het even zeker, dat, gelijk
de Koe een kruidetend, herkaauwend, en de Tijger een
vcrfcheurend, vleeschetend dier is, de mensch'tot de
allesetenden moet gebragt worden, omdat hij een ge-
mengd voedfel uit alle de rijken der Natuur ver?;ainelr,
ten einde hij gevoed,en zijne fmaakvvcrktuigen geitreeli
worden. Alles immers bijna levert voedfel roor den
mensch
C*) De Niomme Tom. 11. p. 17.
(t) De finégalité parmi les Hommes, p. 195.
/s;.