Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 14 )
naauw de betrekking is tnsfchen de voëdfels, derzelveï"-
bcreiding,en de veranderingen , welke dezelve daardoor
kunnen' ondergaan, zal de moederlijke zucht om voor-
lichting allezins toejuichen , en onze poging, goedkeu-
ren , ook van wege den besten wil, daar in aan den dag
gelegd , ten einde onzen evehmenscli vriendelijk te waar-
Ichnwen en vooralle, hem nakende, gevaren tc behoe-
den , cn alzoo hem ddar nutiig; cn van dienst te zijn,
I wddr het verderf met openen muil, als in hinderlaag,
gereed ligt om hem te verflinden.
Ten einde nu om te kunnen aantoonen, welke voedfels
voor de gezondheid en hel leven nadeelig zijn, behooren
wij na te gaan, wat al, onder ons, althans bij befchaaf-
de Europeanen,tot dat einde gebruikt wordt, om onder
dezelve de fchadende te brandmerken met het teeken:
,, wacht u daar voor," het zij in het geheel, het zij onder
zekere omftandighcden. En hier toe zal de gewone ver--
deeling der drie Natuurrijken eene gefchikte handleiding
geven; welke wij dan oolc, volgens het geleide van
blumenüach (^Handbiich der Naturgefchichie') zuW
' len volgen. Zoodat wij in het
I, of h e t d i e r e n r ij k ,
I, de Zoogdieren ,
9. de Vogelen,
3. de Tweeflagtige Dieren,
4. de Visfchen,
5. de Gekorvene Dieren, en
6. de Wormen, zullen befchouwcn; om dan
II. het voedfel te overwegen, dat uit
het plantenrijk verkregen wordt, e*
daaiin flilflaan bij
1. het Kaorn,
2. de Peulvruchten,
3. de Wortelen,
4. de Moeskruiden ,
5. de Paddejloelen en Zwammen,
6. het Ooft of de Fruiten,
7. de Noten,
8. de verdikte Sappen cn het Merg,
en, als een toevoegfel tot het plantenrijk:
9. bij de Specerijen.
III.