Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( "«5 •)
'ee-îligen tijd daarin gedaan liadden. Vele boetedçn deze
■onvoorzigtigheid met den dood, de andere met eene
■kwijnende ziekte, die hen langer dan vier jaren aan-
kleefde
Op een papiermolen aan de Zaan is, ten jare 1804,
zoo als mij een ooggetuige verzekerd heeft, een der-
gelijk ongeluk gebeurd: de Molenaar zou, met zijne
Vrouw en zeven Kinderen, des middags ten twaalf ure,
foupe eten , welke in een koperen ketel gekookt was;
in den oogenblik, dat men daar mede zou beginnen,
fchiet een vaartuig , met lompen geladen, aan den Mo-
len , waarvan de Schipper dringend aanhoudt, om fpoe-
dig gelost te worden. Ten einde aan dit verzoek te
voldoen wordt de maaltijd uitgelleld en dc foupe we-
der in den ketel gedaan, uitgezonderd voor den oud-
itcu zoon, die, op een lioutzaagmolen werkende, zijn
middagmaal bleef houden; 's middags ten drie ure
wordt de maaltijd hervat en twee uren daarna, dat is
ten vijf ure, waren Man en Vrouw en zes Kinderen reeds
overleden, terwijl de oudlte Zoon volmaakt gezond
bleef. De opening der lijken toonde de hevigheid
van het vergif ten duidelijklle aan. .— Eene Keuken-
meid een Osfenhaas, welke in het zuur gelegen had,
bradende in eene, niet welvertinde, koperen pan ,
vreesde, omdat haar Heer later dan naar gewoonte
thuis kwam, dat het vleesch te gaar zou worden,
zij zet, derhalve, hetzelve van het vuur, in welken
Haat het omtrent een klein kwartier uurs bleef. Bij
het doorlhijden vau dezen Haas bleef het welgeflepene
mes op den fchotel in de faus liggen: kort daarna,
ten tweden male zullende voordienen, ontdekte men,
dat dît mes, zoo ver het in de faus gelegen had, ge-
heel koperkleurig was geworden.
Ingelegde groenten nemen nog meer van het koper
weg, en het bloote koken alleen is genoeg, om dit te
bewijzen. Gezouten Snijboonen, in een' koperen ketel
afgekookt, verkrijgen eene hoog groene kleur, die
het met hen vereenigde koperroest verraadt. Hoe ge-
vaarlijk is niet het overhalen van Azijn en andere
geestrijke vochten door onvertinde koperen Slangen ? .
In vele Brandewijnen heeft men, zoo als plequet
getuigt, eene ontbinding van koper ontdekt (f)
Men
O Lc, Tome. p. 314.
Cf. CADET A. N. Curios Tom. II. p. 103.
L 3