Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 149 )
het bakken van visch en dat van panne- en dus ge-
noemde Oliekoeken, meest met de Raapolie in gebruik
bij de armoedigfte menfchen, uitzondert) alleen tot
het branden in de lamp. En inderdaad, de onaange-
name, viralgelijke fmaak, dien zij bezitten, en hare ge-
wone galfterige toeftand, verbieden een edeler gebruik
van dezelve te maken. Om echter van deze, vooral van de
Raapolie, ook bij de fpijsbereiding, alle mogelyke partij te
trekken,en haar dien eigenaardigen fmaak, welke zoo te-
rugftootende is, zoo veel mogelijk, te ontnemen, doet
men eene zekere hoeveelheid, met een fneê roggenbrood
zacht koken (de ondervinding heeft mij geleerd dat een half
uur daartoe genoeg was) waarna men dezelve in de open-
lucht brengt, en er eenige druppels fchoon regenwater in
fprengt, als wanneer daarvan eene zware zeer ftinkende
dampopftijgt, die bijna alles wegvoert, wat onaangenaam
aan dezelve is geweest. Ik heb daarmede onderfcheidene
vischfoorten laten bakken; waarvan evenwel de Bokking
(omdat deze eene fterke fmaak van den rook heeft,) mij het
beste geviel. Ook heb ik onwetend roode kool, die daar-
mede geftoofd was, gegeten, zonder het te ontdekken. Na-
derhand heeft de reuk nog meer dan de fmaak haar verraden.
De verfche Lijnolie vertoont eene geel-groene kleur ,
maar hoe ouder zij wordt , des te geler is de kleur,
die zij verkrijgt.
Vermits de vette Oliën, hoe ouder zij worden, des
te fneller verbranden, vordert dit als eene zaak van
aanbelang de 'oplettendheid der zuinige Huismoeder.
Of de gewoon gebruiklijke, door de meer zuivere,
minder walmgevende, maar ook veel <^\xmé.tve., Patent-
olie zal verdrongen worden, moet de tijd leeren. De
flijmerighcid, welke aan deze Oliën eigen is, wordt
door de bijmenging van een weinig zeezoutzuur ver-
beterd ; zij branden dan helderder , en men wil , dat
zij ook minder walm geven. Vele doen daarom, waar-
fchijnlijk in navolging,eenige korrelen zout in de lamp.
De Papaverolie , offchoon hooger in prijs dan de
Raapolie , geeft het bestkoope licht, wanneer zij in
pomplampen gebrand wordt.
Als nu behoort hier nog van ons gedacht te worden:
3. Het Merg van zekeren Oostindifchen Palmboom (*) ,
bij ons onder den naam van Sago bekend, welke eene
gelijke, offchoon meer in eengedrongene kracht, met de
Rijst
(*) Cycas (JPalma) Circinalis L.
K 3