Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 105 )
Het zaad van den Dolik veroorzaakt duizeligheid,
hoofdzwijmel, hoofdpijnen , fchemering der oogen en
flaperigheid. Een boer, uit den omtrek van Portier,
at brood, uit vijf delen dolikzaad en een deel rogge ge-
bakken, en betaalde deze zijne onvoorzigtigheid met
hevige kolijkpijnen en den dood (*).
Linneus fchrijft het ontftaan van bijzondere heer-
fchende ziekten, die in de-jaren 1746 en 1754 in vele
Zweedfche Provintiën omgingen, toe aan het gebruik-
van het wilde radijszaad.
Gmelin geeft, tegen de getuigenis van reuss,
als gevolgen van de ganzenhaver op: eene foort va'n
dronkenfehap , die fomwijlen lang aanhoudt, hoofd-
zwijmel, belemmering der zintuigen, vlagen van dom-
heid en verdoofdheid, moeijelijke doorzwelging, ver-
lamming, onzinnigheid, beroerte en de dood (f).
Het fpreekt van zelf, dat elke foort van koorn, waar
nit voedfel voor menfchen bereidt wordt, behoort te
zijn rijp, droog en zuiver. Koorn , dat door zeewater
nat gemaakt, dat bevrozen, befchimmeld, of op eene
of andere wijze bedorven, verftikt en veilegen is, kan
geen gezond voedfel opleveren, In het jaar 1742 ont-
ftonden in Zweden, volgens den Riddtr bach, zeer
fchielijk hevige ziekten, heete koortfen en de roode
loop, van bevrozen, befchimmeld en bedorven graan.
Dat koorn , door de Klander uitgevreten , geen voed-
zaam brood kan opleveren, en hetzelve dus gemijd
moet worden , behoeft weinig meer dan herinnering.
9. De peulvruchten, zoowcl versch als ge-
droogd, leveren mede eene zeer aanmerkelijke bijdrage
tot 's menfchen voedfel op, vooral ook in den winter,
wanneer de door vorst en fneeuw geflotene en gedekte
landen ons van alle verfche groentens berooven.
a. Ery/ten en Boonen komen hier ter overweging zich
als op den voorgrond aanbieden, te weten de zooge-
noemde Doperwten en Erwtenpeulen; Tuin- of Boe-
renboonen,en Roomfche- of Turkfcheboonen gemeenlijk
Snijboonen genoemd; waartoe ook de Slaa- of Sperfie- Prin-
cesfe- ook wel Heerenboontjes genoemd, behooren. En
waarlijk, wij eten die te dikwiljs , om niet met behoorlijke / ^ p
aandachtnategaan,welkedeeigenfchappenzijn,diehaarals j j V
deugdzaam doen kennen, of waaraan de minder deugdzame, ^ | §
of
C*) Medic. Wochenhlatt, 1781. 3Ó6,
CD Frank, 1. c. 165.
G 5

■f^ j
Mm