Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
85
hun grondgebied, in één woord, alles werd zoo zeer beperkt en
verkleind, dat zij bijna niets verrichten konden zonder den Engel-
schen Resident verlof te vragen.
Minder voorspoedig slaagde rafples om het Engelsch gezag in
de buitenbezittingen te doen eerbiedigen. Behalve de reeds ver-
melde pogingen te Boni en Bali, mislukten zij ook geheel ten op-
zichte van Becima, waar alle, dikwerf listig beraamde maatregelen
afstuitten op de standvastigheid en trouw van hendeik doeff, die
er sedert 1803 het bestuur in handen had. Van dien tijd af tot aan
1807 had deze weinig of niets uit het vaderland vernomen. In dit
jaar kreeg hij een nieuwen pakhuismeester in cock blomhoff, die
zijn Opperhoofd getrouw ter zijde stond; maar van 1809 af ontving
hij geenerlei officiëele lastgeving uit Nederland, en kwam er zelfs geen
schip aan den wal, zoodat hij, noch door brieven, noch door nieuws-
papieren wist wat er in Europa voorviel. Treurig was zijn toestand
en die der weinige Hollanders die er woonden. Zij hadden gebrek
aan de noodigste levensmiddelen; boter, wijn, bier, brandewijn,
zelfs schoeisel en winterkleeding ontbrak hun. Telkens trachtten
de Engelschen hem door list en bedrog te verschalken, door schepen
te zenden, die de Hollandsche vlag vertoonden; eens zelfs door
het gebruik maken van het geheime sein. Hierbij dient nog ge-
voegd te worden de moeielijkheid, waarin zij ten opzichte der Ja-
panneezen zelven verkeerden, wier achterdocht door den toestand
der Hollanders niet weinig versterkt werd. Maar doeff was door
niets van zijn plicht af te brengen, en dreigde de Commissarissen,
die in last hadden het eiland in bezit te nemen, dat hij hunnen
toeleg aan de Japanneezen zou bekend maken. En ofschoon de
Engelschen menig blijk van trouweloosheid gaven, en doeff per-
soonlijk veel schade berokkenden, deze vergold dit meer dan eens
op eene edelmoedige wijze. Het behoefde hem toch slechts een
enkel woord te kosten, en elk Engelsch schip, dat ter reede ver-
scheen, zou door de Japanneezen worden verbrand. In plaats
daarvan liet hij ze ongehinderd vertrekken, en gaf hun, met zijne
volstandige weigering tot overgave, dikwerf nog eene lading koper
mede. Zoo bleef op dit nietig plekje gronds de vaderlandsche vlag
voortdurend wapperen, terwijl de getrouwe ambtenaar in 1817, na
een 17jarig verblijf, waarvan 14 als Opperhoofd, werd afgelost en
naar Nederland terugkeerde, waar Koning willbm I zijne verdien-
sten erkende, door hem tot ridder der orde van den Ned. leeuw