Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
84
RAFFLES Voorzitter was, en gaf den laatsten stelligen last om de
beschikkingen, door daendels gemaakt omtrent het belastingstelsel,
{kontingentendeUel genoemd) door andere te vervangen. De Neder-
landsche wetten bleven voorloopig van kracht eu werden slechts
eenigszins gewijzigd, zoodat het den ambtenaren niet moeielijk viel
hunne betrekkingen te blijven waarnemen.
Aan raffles komt de eer toe dat onder zijn bestuur de kolonie
in bloei is toegenomen, hetgeen men toeschrijft aan de verstandige
maatregelen, door hem, overeenkomstig het stelsel van bestuur in de
Engelsche bezittingen, gevolgd. Hij begon met kracht op te treden
tegen eenige inlandsche vorsten, die van de jongste gebeurtenissen
gebruik hadden gemaakt om hunne onafhankelijkheid te herkrijgen.
De Sultan van Bjokjokarta werd in 1812, ten gevolge van een ver-
drag met de Engelschen, van meerder macht beroofd dan vroeger
door de Hollanders. Die van Bandjermasing onderwierp zich vrij-
willig ; maar de Sultan van Palemhang, die even voor de capitulatie
van janssens, de Hollanders vermoord en zich aan het Nederlandsch
gezag onttrokken had beweerde op grond daarvan niet onder de
capitulatie begrepen te wezen, en verzette zich met geweld en goed
gevolg tegen de krijgsmacht, die raffles had afgezonden. "Wel be-
haalden de Engelschen onder gillespie eenige voordeelen; zelfs
erkende de nieuwe Sultan — de andere was afgezet — de Brit-
sche heerschappij. Maar zijne kans schoon ziende, begon hij ander-
maal vijandelijkheden, en werd de strijd vernieuwd, die, met afwis-
selend geluk gevoerd, toch bij de overdracht aan de Nederlanders
nog altijd voortduurde. Evenzoo ging het met de vorsten van
Boni en Bali, wier onderwerping, zoo die al gelukte, slechts schijn-
baar en tijdelijk was. Alleen te Bjokjokarta, waar het verdrag van
het vorige jaar (1812) schandelijk was verbroken, werd het Britsch
gezag met kracht hersteld, en den Sultan evenals den Vorst van
Soerakarta, die mede verraad gepleegd had, slechts eene schaduw
van gezag gelaten. Hun inkomen, hun leger, hunne rechtsmacht,
') Men zegt op aansporing van baffles zeiven, die thans in eeöe andere be-
trekking onderwerping eischte.
Eaffles had den Sultan aangespoord, om zich van de Hollanders te ontdoen.
Dat hg dit deed door hen te vermoorden, was misschien niet overeenkomstig
kaffles' bedoeling, maar hij had dit moeten voorzien.