Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
82
zond aan de iulandsche vorsten den last om, volgens de bestaa".de
verdragen, hulptroepen naar Soerabaja en Samarang te zenden en
voor leeftocht te zorgen.
Inmiddels was Buitenzorg kort daarop vermeesterd. Weldra viel
ook Cheribon zonder verzet in hunne macht. Jdmel werd aldaar
krijgsgevangen gemaakt, een konvooi met de krijgskas — eenige
wagens met geld — genomen, Tagal vermeesterd en eene poging
aangewend om Soerabaja te veroveren. De eene ramp volgde op
de andere voor den ongelukkigen Gouverneur-Generaal. Door een
op de hoogte van Cheribon onderschepten brief, werden de Engel-
schen onderricht van zijn plan om zich te Samarang te verdedigen.
Nu werd de aanslag op Soerabaja verschoven eu eerst die op Sa-
marang beproefd, waar het leger, uit de samengeraapte vluchtelin-
gen en inlandsche hulptroepen bestaande, zich verzamelde. Maar
deze laatsten, tegen hunnen wil gedwongen om te dienen, slecht
gewapend, vreesachtig en ongedisciplineerd, deden janssens de on-
mogelijkheid ^inzien om stand te houden. Hij ontruimde de stad,
en trok met de hem overblijvende troepen terug naar Serondol.
Niets was hier voorhanden; geene levensmiddelen, geen paarden-
voeder, zelfs geene hutten voor den soldaat gedurende den nacht.
Weldra was er eene sterke krijgsmacht, te Samarang ontscheept,
onder bevel van adchmuty te Serondol aangekomen, en greep daar
janssens aan. De aanvallers toonden evenveel onversaagdheid en
beleid, als de aangevallenen lafhartigheid en ontrouw; en hoe dap-
per JANSSENS zich ook persoonlijk gedroeg, de meeste hulptroepen
verlieten hem en togen op schandelijke wijze op de vlucht, waarbij
zij alle krijgstucht vergaten. De nederlaag was volkomen. Met
slechts weinige volgelingen bereikte hij het fort Salatiga-, en ziende
dat zijn toestand hopeloos en verdere tegenstand onmogelijk was,
aangezien de inlandsche troepen en hoofden, die de onderdruk-
kingen van DAENDELs nog niet vergeten hadden, niet wilden vech-
ten, en hunne Europeesche officieren vermoordden, vroeg hij om
een wapenstilstand. Deze werd hem voor 24 uren verleend, en
intusschen eene capitulatie opgemaakt, welke janssens te vergeefs
poogde verzacht te krijgen. Zij behelsde dat Java en alle onderhoo-
righeden aan de Engelschen zouden overgaan; dat alle militairen
krijgsgevangen zouden wezen, maar de inlandsche troepen naar
hunne dessa's konden terugkeeren; dat alle eigendommen aan het
Britsch bestuur zouden overgegeven worden; dat de civiele ambtenaren