Boekgegevens
Titel: Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Auteur: Fortanier, A.P.
Uitgave: Amsterdam: G.L. Funke, 1869
[S.l.]: Loman, Kirberger & Van Kesteren
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 295 B 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206389
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Azië, Geschiedenis: geschiedenis van Amerika
Trefwoord: Nederlandse koloniën, Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche koloniën
Vorige scan Volgende scanScanned page
80
zijn gebrek aan menschenkennis en mindere vluglieid van bevatting
brachten weldra eene zichtbare verslapping te weeg. Zoo werden
b. v. de voorzorgsmaatregelen en verdedigingswerken, door daen-
dels met beleid verordend, voor een deel veranderd'of gewijzigd ;
onder anderen het afbreken der bruggen om Batavia, hetgeen
daendels bevolen had, om bij eene onverwachte landing voor-
loopig gedekt te zijn. En ofschoon er berichten overkwamen van
voorgenomen aanslagen der Engelschen, doortastende maatregelen
werden er niet genomen.
Die aanslagen lieten zich niet lang wachten. Keeds had Lord
minto, Gouverneur van Engelsch-lndië, eene groote land- en zee-
macht in den Archipel verzameld, en den last ontvangen om
Java te veroveren, de forten te vernielen, de kantoren te verwoes-
ten en het land aan de Javaansche Vorsten over te laten. Gelukkig
volbracht hij dien last niet letterlijk. Door een bekwaam en ijve-
rig ambtenaar, thomas stamford raffles, van wien men zegt dat
bij minto tot spion gediend heeft om de verdediging van Ba-
tavia op te nemen, was hij opmerkzaam gemaakt op den vrucht-
baren grond en het gewicht voor den handel van deze zoo rijke
kolonie, en uit dien hoofde vergezelde Lord minto in persoon den
tocht die er tegen ondernomen werd, om al die maatregelen te
nemen, welke staatkunde en menschelijkheid geboden. Eene vloot
van 100 zeilen onder stopford, een leger van 12000 man, en be-
kwame officieren als de Generaal aüchmüty en de Kolonel gilles-
pie, verzamelden zich te Malakka, om van daar nit de overrompeling
te beproeven.
Het gerucht van deze toebereidselen werd al spoedig, namelijk
in Juni 1811, op Java verspreid, en daarop werden er eenige be-
schikkingen gemaakt voor de verdediging; maar deels de verslapte
krijgstucht, deels het gebrek aan geschikte Hoofd- en onder-offi-
cieren, deels de vele inlandsche soldaten en vrijgelaten slaven, die
men in den nood gewapend had, deden geene gunstige uitkomst
verwachten. Ook schijnt janssens de vroegere beschikkingen van
daendels verouachtzaamd te hebben, om in geval van een' terug-
tocht uit Batavia de pakhuizen aldaar te vernielen, en den omtrek
van de baai van Tjielintjing, waar daendels de landing verwacht
had, onder water te zetten, aangezien hij den vijand daar niet
wachtende was.
En toch was het juist daar dat de landing geschiedde. Zonder